20-tal nieuwe voorzieningen voor buurtsport

Binnenkort een twintigtal nieuwe voorzieningen voor buurtsport in het Brussels Gewest

Van de 19 projecten voor lokale sportinfrastructuur die door 15 gemeenten werden ingediend, zijn er 18 geselecteerd en zij zullen voor 75% gesubsidieerd worden door het Gewest dat voor dit initiatief een budget van 1,5 miljoen euro vrijmaakt.

Enkele voorbeelden van infrastructuur

Splinternieuwe skateparken onder het viaduct van Hermann-Debroux en nabij het station Kalevoet, een nieuwe speeltuin in Ganshoren, een volledig vernieuwd basketbalveld in Molenbeek en de aanleg van een park voor “street workout” in Anderlecht. Dit zijn enkele projecten die binnenkort gerealiseerd zullen worden en de Brusselaars de kans zullen geven om aan sport te doen in hun eigen buurt.

“Sport voor iedereen”

In mei jongstleden heeft Bernard Clerfayt, de Brusselse minister van Plaatselijke Besturen, een projectoproep gelanceerd voor de 19 Brusselse gemeenten om het aantal infrastructuren voor buurtsport te verhogen.

“Ik verheug me over het aantal interessante voorstellen die de gemeenten hebben ingediend om het uitoefenen van buurtsport te bevorderen. In dergelijke projecten investeren ligt in de lijn van ons beleid van ‘sport voor iedereen’ en maakt het voor de Brusselaars gemakkelijker om deel te nemen aan sportactiviteiten. De aanleg en renovatie van infrastructuur zullen het vrij sporten mogelijk maken en tegelijk ontspanning, plezier en sociale verbondenheid stimuleren”, verklaart Bernard Clerfayt.

Opleidingen op de werkplek voor buschauffeurs aanmoedigen

Opleidingen op de werkplek voor buschauffeurs aanmoedigen

Er zijn verschillende manieren om een opleiding tot buschauffeur te volgen: rijscholen, opleidingscentra of... rechtstreeks op de werkplek.

Een noodzakelijke versoepeling

De Brusselse Regering heeft het koninklijk besluit van 1998 betreffende het rijbewijs gewijzigd. Voortaan geldt de voorwaarde van slechts één stagiair per begeleider per jaar niet meer als de kandidaat-bestuurder een werkzoekende is die ingeschreven is voor een individuele beroepsopleidingen op de werkvloer (FPIE).

Het heeft geen zin om het aantal opgeleide werkzoekenden te beperken, temeer omdat het gaat om een sector die een schrijnend tekort aan arbeidskrachten heeft. Dit duwtje in de rug is een manier om opleidingen binnen de onderneming aan te moedigen, wat de snelste weg naar tewerkstelling is”, besluit de DéFI-minister.

Een opleiding on the job voor buschauffeurs leidt snel tot tewerkstelling

Vandaag de dag hebben werkzoekenden verschillende opties om buschauffeur te worden: rijscholen, opleidingscentra, scholen voor sociale promotie en een minder bekende optie, de individuele beroepsopleidingen op de werkvloer (FPIE). Deze laatste optie is bijzonder aantrekkelijk, omdat je dan on the job kunt leren en aan het einde van je opleiding een arbeidscontract krijgt dat minstens gelijk is aan de duur van je opleiding.

“Dit type opleiding, op de werkvloer, is een win-winsituatie! De werkzoekende vindt snel werk en krijgt een uitkering tijdens zijn opleidingsperiode. De werkgever van zijn kant kan zijn toekomstige werknemer opleiden volgens zijn behoeften en zo zijn personeelstekort wegwerken. Het is een zeer goede manier om tekorten tegen te gaan”, legt Bernard Clerfayt, uit.

Een voorwaarde die het aantal stagiairs beperkte 

Het enige obstakel voor de implementatie van deze opleiding is de wetgeving met betrekking tot rijbewijzen. Om een rijbewijs D te behalen, wat de sleutel is om buschauffeur te worden, moet de vrije begeleiding worden gesuperviseerd door een begeleider. De begeleider kan echter maar één kandidaat per jaar begeleiden. In de context van het FPIE beperkt deze voorwaarde het aantal stagiairs dat de opleiding kan genieten, aanzienlijk.

Het tekort aan chauffeurs heeft gevolgen voor bedrijven

In het hele land is er een tekort van meer dan 1.500 buschauffeurs. Het beroep staat ook op de lijst met knelpuntberoepen van elk gewest. Dit tekort heeft grote gevolgen voor openbaarvervoerbedrijven, die reeds te maken hebben met een vergrijzend personeelsbestand.

Financiële steun voor gemeente Vorst

Financiële steun voor gemeente Vorst

 

De gemeente Vorst is er niet in geslaagd een begroting in evenwicht voor 2022 te bereiken. Om het tekort op te vangen, zal ze een beroep kunnen doen op het Brussels Gewestelijk Herfinancieringsfonds van de Gemeentelijke Thesaurieën, het BGHGT. Dit gewestelijke mechanisme maakt het toekennen van leningen mogelijk in het kader van het financieel gezond maken van de plaatselijke besturen, alsook het gebruikmaken van begeleiding bij het beheer van hun financiën. Hieronder volgt meer uitleg.

Van alle bestuursniveaus zijn enkel de gemeenten verplicht een jaarlijkse begroting in evenwicht voor te leggen, waarbij de inkomsten minstens gelijk zijn aan de uitgaven. “Dat is niet altijd vanzelfsprekend! Zeker wanneer het aantal opdrachten toeneemt, wanneer ze in de eerste linie staan om crisissen te beheren of wanneer ze het hoofd moeten bieden aan sterk stijgende prijzen als gevolg van de inflatie”, stelt Bernard Clerfayt, de Brusselse minister van Plaatselijke Besturen.

Een financieel plan voor de gemeente

De gemeente die het meest recent moeilijkheden ondervindt om een begroting in evenwicht voor te leggen, is Vorst. Gelukkig kan zij rekenen op de steun van het Brussels Gewest dankzij het Brussels Gewestelijk Herfinancieringsfonds van de Gemeentelijke Thesaurieën, het BGHGT. Dit mechanisme zorgt ervoor dat niet-terugvorderbare leningen worden toegekend in het kader van het financieel gezond maken van de plaatselijke besturen. De gemeente van haar kant verbindt zich ertoe om een plan uit te voeren dat een terugkeer naar een budgettair evenwicht mogelijk maakt. Daartoe stelt het Gewest een gewestelijk inspecteur aan die de gemeente begeleidt bij de opstelling van een financieel plan en de opvolging ervan. We zeggen dan dat de gemeente aan een financieel plan onderworpen is.

“Het BGHGT is een mechanisme dat ondersteuning biedt, maar geen controle uitvoert. De gewestelijke inspecteurs werken samen met de gemeenten om te bepalen welke maatregelen moeten worden ingevoerd om de gemeentelijke financiën te verbeteren. Het kan bijvoorbeeld gaan om besparingsmaatregelen, zoals het stroomlijnen van de diensten, het verminderen van het gebruik van leningen of het verbeteren van de inkomsten”, preciseert de DéFI-minister.

20 jaar financiële opvolging voor de gemeenten die onderworpen zijn aan een financieel plan

Opgelet! Hoewel alle Brusselse gemeenten onderworpen zijn aan toezicht, zijn ze niet allemaal aan een financieel plan onderworpen. Anderlecht, Sint-Agatha-Berchem, Etterbeek, Evere, Ganshoren, Jette, Molenbeek, Sint-Gillis, Schaarbeek en Watermaal-Bosvoorde, en nu ook Vorst, hebben steun gekregen van het Herfinancieringsfonds. De gemeenten die een lening van het Fonds hebben gekregen, worden de volledige duur van de leningen, namelijk 20 jaar, zelfs als de situatie verbeterd is, opgevolgd door een inspecteur. Er zijn ook gemeenten als Watermaal-Bosvoorde of Etterbeek die nog steeds opgevolgd worden, zelfs indien ze een lening kregen in 2005 of 2007.

Sinds de oprichting van het BGHGT in 1993 werd in totaal bijna 223,6 miljoen euro aan kaskredieten aan de gemeenten toegekend.

--
Foto van het gemeentehuis van Vorst: licentie Wikimedia

Metro 3: de structurele oplossing voor mobiliteit

Metro 3: de structurele oplossing voor mobiliteit

Hoewel het nu zeker is dat het project Metro 3 op de rails staat, is er geen zekerheid over wanneer het precies zal worden voltooid. Op woensdagochtend beantwoordde Bernard Clerfayt de vragen van Fabrice Grosfilley over dit onderwerp op BX1 (link naar de video aan het einde van het artikel).

Technische en financiële obstakels, de noodzaak om het project te reorganiseren om zowel de stedelijke als de budgettaire impact ervan te beperken: het traject Noord-Bordet zal niet in gebruik worden genomen binnen de oorspronkelijk vastgestelde termijn.

De moeilijkheid om bovengrondse alternatieven te vinden

“We zien dat het wegennet erg smal is en geen oplossingen aan de oppervlakte toelaat. Daarom hebben we tot nu toe nog geen alternatieven gevonden. Dit rechtvaardigt zeker dat de metro een absoluut noodzakelijke oplossing blijft”, legt de Brusselse minister Bernard Clerfayt uit.

Het lot van de gebruikers verbeteren in afwachting van de metro

Intussen zijn het vooral de gebruikers van tram 55 die onder deze situatie lijden. Daarom gaat de Regering de door de MIVB voorgestelde oplossingen onderzoeken.

“Ik wil eerst overleggen met de betrokken gemeenten om na te gaan of de opties die op tafel liggen, haalbaar zijn. Het lijdt evenwel geen twijfel dat we snel vooruitgang moeten boeken en eventueel strategische locaties moeten ontwikkelen.”

De metro blijft het doel!

Voor Bernard Clerfayt moet de doelstelling voor mobiliteit, vooral in Oost-Brussel, de metro blijven. Er zijn geen andere oplossingen, zelfs niet op middellange termijn, die de Brusselaars dit niveau van vervoerscapaciteit en comfort kunnen bieden.

“Nu moeten de kosten ervan beheerst worden door het project aan te passen aan de verzoeken van de gemeenten, maar we moeten de kosten ook kunnen delen met de federale overheid”, besluit de minister.

Volgende stap in het dossier: de uitkomst van het openbaar onderzoek op basis van de aanvraag van Beliris voor een bouwvergunning.

Duwtje in de rug voor de Brusselse NEET’s

Duwtje in de rug voor de Brusselse NEET’s

Op voordracht van de Brusselse minister van Werk, Bernard Clerfayt, heeft de Regering haar goedkeuring gehecht aan de toekenning van een subsidie van 240.000 euro aan vijf Brusselse OCMW’s om de NEET’s te helpen opnieuw een opleidingstraject te volgen. Een “NEET” is een jongere die niet aan het werk is, geen opleiding volgt en niet studeert.

Een doeltreffend programma voor de opleiding van NEET’s

Dit initiatief, dat ontwikkeld werd door de Brusselse OCMW's van Anderlecht, Molenbeek, Brussel, Schaarbeek en Sint-Gillis in samenwerking met de Federatie Wallonië-Brussel, heeft één doel voor ogen: jongeren (opnieuw) een opleidingstraject laten volgen.

Deze workshops bestaan sinds 2016 en we stellen vast dat 75% van de deelnemende jongeren hoogstens hun diploma van het lager middelbaar onderwijs bezitten. De cijfers tonen vooral dat, na de workshop, 85% van de deelnemers ofwel beslist heeft om een opleiding te volgen, ofwel gekozen heeft om een nieuwe workshop te volgen.

Tools aangepast aan de noden van deze doelgroep

Met dit nieuwe budget zullen meer NEET’s begeleid kunnen worden. Ze zullen hulp kunnen krijgen voor de basisvaardigheden (Frans, wiskunde, etc.); oriënteringsmodules kunnen volgen; specifieke steun kunnen krijgen om op opnieuw naar school te gaan of een opleiding te volgen; begeleid kunnen worden bij het uitvoeren van administratieve handelingen en ook coaching kunnen krijgen om hun zelfvertrouwen te versterken.

“Door deel te nemen aan een opleidingstraject of opnieuw te gaan studeren, zullen deze jongeren hun kansen op inschakeling op de arbeidsmarkt aanzienlijk vergroten. En we weten goed dat langdurige toegang tot werk hen in staat zal stellen om te ontsnappen aan de precariteit en om onafhankelijker te worden”, besluit Bernard Clerfayt.

Opleidingen voor beroepen binnen gamingindustrie

Opleidingen voor beroepen binnen gamingindustrie

18 november is de internationale dag van de videogames, een sector die het goed doet! Dat blijkt uit het monitoringverslag van de Pool Opleiding-Werk voor digitale beroepen, Digitalcity. In Brussel komt de sector langzaam op en neemt het aantal vacatures toe. En hoe zit het met de opleidingen? Digitalcity heeft zijn aanbod aan opleidingen aangepast aan de beroepen binnen de gamingindustrie.

Aanbod aan opleidingen aanpassen aan beroepen binnen gamingindustrie

3D motion designer, front-end developer, grafisch ontwerper, netwerkbeheerder,... De Pool Opleiding-Werk biedt een tiental opleidingen aan in beroepen die te maken hebben met het maken, programmeren en verspreiden van videogames.

“De groei van een sector is goed nieuws als het gaat om het creëren van banen. Ik ben blij dat werkzoekenden die worden aangetrokken door videogames, een opleiding kunnen volgen bij Digitalcity. Digitale beroepen evolueren snel en we moeten onze opleidingsprogramma’s aanpassen, zodat de Brusselaars voordeel kunnen halen uit alle nieuwe jobmogelijkheden”, legt Bernard Clerfayt, de Brusselse minister van Digitalisering, uit.

Tegen 2024 zal Digitalcity in samenwerking met het opleidingscentrum Interface 3 trouwens een nieuwe opleiding organiseren in de gamingsector: Unity app & Game developer.

Veelbelovende sector in termen van werkgelegenheid

In het Brussels Gewest is de sector nog in opkomst en het Gewest telt bijna een tiental bedrijven die gespecialiseerd zijn in videogames. De sector is echter veelbelovend op het vlak van tewerkstelling en omvat innovatieve technologieën zoals kunstmatige intelligentie, 3D, virtuele realiteit,...

Er zijn veel synergieën tussen de digitale sector en de gamingsector waar werkzoekenden in Brussel hun voordeel mee kunnen doen. Daarom biedt Digitalcity Brusselaars de kans om vaardigheden te verwerven die specifiek zijn voor gaming.

Energetische renovatie van gemeentelijke gebouwen

Energetische renovatie van gemeentelijke gebouwen

Om de plaatselijke besturen te ondersteunen bij de energetische renovatie van de gemeentelijke gebouwen, heeft het Gewest een projectoproep gelanceerd op initiatief van minister Bernard Clerfayt. De subsidiegraad van de werkzaamheden bedraagt 100%, met een maximumbedrag van 400.000 euro per project. Anders gezegd: het Gewest neemt de volledige kosten op zich.

In totaal hebben 17 gemeenten 68 projecten voorgesteld. 37 ervan werden gekozen voor een totaalbedrag van 10.440.469 euro.

Welke werken?

Het gaat om het vernieuwen van daken, het isoleren en het vervangen van ramen. Enkele voorbeelden: de totaalrenovatie van het Huis der Kunstenaars in Anderlecht, de vervanging van de ramen van de school Clair-Vivre in Evere, het isoleren en het vergroenen van de daken van het kinderdagverblijf Koningin Fabiola in Jette, de vervanging van de ramen van een sportcentrum in Sint-Gillis en de plaatsing van een nieuw verwarmingssysteem in de school Mésanges in Watermaal-Bosvoorde.

Wat waren de voorwaarden?

Om in aanmerking te komen voor de subsidie, moesten de projectdragers aan verschillende voorwaarden voldoen:

  1. Het voorstellen van een project over werkzaamheden in verband met energie: isolatie, vervanging van de ramen, plaatsing van een warmtepomp, etc.
  2. De werkzaamheden voor de renovatie moeten betrekking hebben op een reeds bestaand gebouw van de gemeente.
  3. Het voorzien van een minimumbudget van 50.000 euro voor de werkzaamheden.

De uitgaven verminderen en onze milieudoelstellingen bereiken

Meer dan de helft van de Brusselse uitstoot van broeikasgassen is afkomstig van het energieverbruik in gebouwen. De Brusselse gebouwen behoren op Europees niveau overigens tot de meest energieverslindende. En de gebouwen van de gemeenten vormen daarop geen uitzondering.

“Voor deze projectoproep heb ik beslist de energetische renovaties van de gemeentelijke gebouwen te valoriseren. Onze scholen, rusthuizen en bibliotheken zijn vaak oude, slecht geïsoleerde gebouwen die veel energie verbruiken. Deze subsidie zal de gemeenten moeten helpen bij het verminderen van hun uitgaven voor energieverbruik en een initiatief voor het milieu ondersteunen”, preciseert de Brusselse minister.

10 trends van eerste barometer van de jobkwaliteit

10 trends van eerste barometer van de jobkwaliteit

Op initiatief van de Brusselse minister van Werk, Bernard Clerfayt, geeft deze barometer van de jobkwaliteit meer informatie over de soorten jobs in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Een twintigtal indicatoren

 “De barometer van de jobkwaliteit is een waardevol instrument. Hij stelt ons in staat om de kwaliteit van de tewerkstelling in het Brussels Gewest te evalueren, maar ook om het aandeel van onzekere jobs, deeltijdse jobs en tijdelijk werk te meten”, legt de Brusselse minister uit.

Om dit werk uit te voeren, gebruikte View.brussels een methode die al gevalideerd en goedgekeurd werd door andere landen: het WTA-model. Dit model meet de jobkwaliteit in drie dimensies: werk, tewerkstelling en arbeidsverhoudingen. Type contract, inkomen, flexibiliteit op de werkplek, emotionele werkbelasting, toegang tot opleiding, premies, ... In totaal werden ongeveer twintig indicatoren onderzocht.

10 trends van de barometer van de jobkwaliteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

  1. De uitstroom naar werk van Brusselse werkzoekenden blijft stijgen, van 21,1% in 2019 tot 27,3% in 2020. Dit percentage varieert echter naargelang het geslacht, de leeftijd en het opleidingsniveau. Het zijn bijvoorbeeld de jongeren onder de 30 jaar die het hoogste uitstroompercentage naar werk hebben.
  2. Het bruto maandloon ligt hoger in Brussel: voor voltijdse werknemers bedroeg het in 2020 4.596 euro, tegenover 3.801 euro in Vlaanderen en 3.587 euro in Wallonië.
  3. Voltijdse werknemers met een contract van onbepaalde duur verdienen gemiddeld meer dan voltijdse werknemers met een contract van bepaalde duur. Dit verschil is nog groter in Brussel (+63,4%) dan in de andere gewesten (+- 41%).
  4. Er zijn loonverschillen naargelang het geslacht en het gewest. Terwijl in Vlaanderen en Wallonië voltijdse vrouwelijke werknemers gemiddeld meer verdienen dan hun mannelijke collega's, is dit niet het geval in het Brussels Gewest, waar een loonkloof blijft bestaan ten nadele van vrouwen.
  5. Tijdelijke tewerkstelling in loondienst is relatief zeldzaam in Brussel en vertegenwoordigt 9,4% van de totale werkgelegenheid in 2020 (tegenover 9,4% in Vlaanderen en 12,8% in Wallonië). Tijdelijke arbeid komt vooral voor in bepaalde Brusselse activiteitensectoren, zoals het onderwijs (23,5%).
  6. Het aandeel deeltijdse contracten ligt lager in Brussel (18,9%) dan in Wallonië (25%) en Vlaanderen (26,8%). Niettemin blijft dit soort contract meer vrouwen treffen (28,9% in 2020).
  7. In Brussel hebben meer werknemers een diploma hoger onderwijs (60,5%) dan in Vlaanderen (48,4%) en Wallonië (49%).
  8. Werknemers in Brussel nemen meer deel aan bijscholing (54,4%) dan werknemers in Vlaanderen (50,8%) en Wallonië (44,6%). Van de Brusselse werknemers heeft echter slechts 44,8% van de vrouwen deelgenomen aan bijscholing, tegenover 64,4% van de mannen.
  9. Telewerken is meer verspreid in Brussel (42,7%) dan in Vlaanderen (28,7%) en Wallonië (25,1%). 
  10. Iets meer dan de helft van de werknemers in Brussel (51,2%) en Vlaanderen (51,3%) kan niet over zijn eigen werktijden beslissen, tegenover 58,8% in Wallonië.

“Deze barometer is een primeur voor het Brussels Gewest. Hij verschaft ons niet alleen relevante indicatoren over de kwaliteit van de jobs, maar geeft ons ook een beeld van de evolutie van de kwaliteit zodat we, indien nodig, bepaalde beleidslijnen kunnen bijsturen. Daarom zullen we elk jaar gelijkaardig werk doen, aangevuld met nieuwe gegevens”, voegt de DéFI-minister eraan toe.

Strijd tegen dierproeven

Strijd tegen dierproeven

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft opnieuw zijn vastberadenheid bevestigd om de strijd tegen dierproeven voort te zetten. De Université Catholique de Louvain krijgt financiële steun om alternatieve methodes voor kankerbehandeling toe te passen.

In-vitrokweek van organoïden

De Université Catholique de Louvain (UCL) is bezig met een project “Alternatieven voor dierproeven”, gebaseerd op de Europese ethische pijler voor dierproeven: de 3 V's (vervanging, vermindering en verfijning).

Het doel van het project is de ontwikkeling van de in-vitrokweek van organoïden als onderdeel van kankerbehandelingen. Deze methode maakt het mogelijk om een breed scala aan menselijke weefsels te modelleren, waardoor het gebruik van proefdieren wordt vermeden.

Het Brussels Gewest stelt 55.000 euro ter beschikking voor dit onderzoek. “Het is belangrijk dat zoveel mogelijk mensen betrokken worden bij het ontwikkelen van alternatieven voor dierproeven. Het UCL-project gaat resoluut in de richting van dit doel, en daar ben ik blij om,” besluit Bernard Clerfayt.

Steeds meer alternatieven

In het Brussels Gewest is het aantal dieren dat voor experimenten wordt gebruikt, met 38,5% gedaald ten opzichte van 2015. Het aantal is evenwel nog steeds te hoog. Daarom is de strijd tegen dierproeven altijd een prioriteit.

Op dit moment is het niet mogelijk om dierproeven volledig te vervangen. Er bestaan evenwel alternatieven, en het worden er steeds meer.

De wetenschap is geëvolueerd en heeft voor alternatieven gezorgd waaraan geen laboratoriumdieren te pas komen, gebaseerd op menselijke cellen en die relevantere resultaten voor de mens opleveren. Het is daarom van cruciaal belang om niet alleen de ontwikkeling van deze methoden mogelijk te maken, maar ook de identificatie en bewustmaking ervan, teneinde mijn doelstelling om het aantal dierproeven drastisch te verminderen, te handhaven”, legt Bernard Clerfayt uit.

Economische migratie komt tegemoet aan noden van bedrijven

Economische migratie komt tegemoet aan noden van bedrijven

Op maandag 6 november heeft het ACV geprotesteerd voor het hoofdkwartier van DéFI tegen het ontwerp van ordonnantie over economische migratie van Bernard Clerfayt. Als de vakbond met deze tekst werknemers zonder papieren wil regulariseren, is dat een miskenning van de economische migratie.

Noodzakelijke verduidelijking

Geloven dat economische migratie de regularisatie van mensen zonder papieren kan bevorderen, “is geen rekening houden met de bevoegdheidsverdeling!", reageert de DéFI-minister. “Economische migratie is in geen geval een instrument om via werk de verblijfssituatie van vreemdelingen op het Belgische grondgebied te regelen […].”

Wat is economische migratie?

“Economische migratie is een mechanisme dat werkgevers in staat stelt om buitenlandse werknemers met zeldzame vaardigheden aan te werven die niet beschikbaar zijn op de arbeidsmarkt. In die zin is economische migratie een instrument om de economische aantrekkingskracht van het Gewest te verbeteren en de problematiek van de knelpuntberoepen aan te pakken”, legt Bernard Clerfayt, de Brusselse minister van Werk, uit.

In de praktijk stuurt de werkgever een aanvraag voor een arbeidsvergunning naar het bestuur Brussel Economie en Werkgelegenheid, dat controleert of de werknemer voldoet aan de verblijfsvoorwaarden die werden vastgelegd door de federale overheid, en of zijn/haar profiel niet beschikbaar is op de arbeidsmarkt.

Controle van de beschikbaarheid van de beroepsvaardigheden

De huidige wetgeving heeft immers bepaalde tekortkomingen vertoond, vooral op het vlak van administratieve complexiteit, wat tot bepaalde misbruiken kan leiden. Het is daarom essentieel om controles uit te voeren en te garanderen dat er een “tekort” is aan het beroep.

Proberen wat mogelijk is

Niettemin, en omdat economische migratie een instrument is om het tekort aan personeel in knelpuntberoepen op te vangen, pleit het Brussels Gewest bij de federale regering voor een regularisatie van de situatie van mensen zonder papieren die over vaardigheden beschikken die nuttig zijn voor knelpuntberoepen.

“Tijdens de laatste interministeriële conferentie over asiel en migratie heb ik geprobeerd om beweging in de zaak te krijgen, maar mijn verzoek haalde niets uit. We hebben op gewestelijk niveau alles geprobeerd, maar we kunnen niet verder gaan dan de federale wetgeving toelaat”, besluit de minister.