Toezicht op gemeentelijke vzw’s versterkt en geoptimaliseerd

Actualiteit
Toezicht op gemeentelijke vzw’s versterkt en geoptimaliseerd

Op voorstel van Bernard Clerfayt, de Brusselse minister van Plaatselijke Besturen, heeft de regering ingestemd met een voorontwerp van ordonnantie ertoe strekkende het toezicht op de gemeentelijke vzw’s te versterken en te verbeteren.

Gemeente als eerste toezichtniveau

Het eerste toezichtniveau van een gemeentelijke vzw is de gemeente zelf. Ze ziet erop toe dat de opgerichte vzw de geldende wetgeving en de beginselen van goed bestuur eerbiedigt. Voor sommige vzw’s gaat het belang van toezicht verder dan het gemeentelijke niveau, vanwege de aard van de gecontroleerde akte, de auteur ervan of zelfs de bedragen die ermee gemoeid zijn.

Verplichtingen van micro-vzw’s gelden ook als basisvoorwaarden voor alle vzw’s

Alle vzw’s zullen aan de regering hun fundamentele en oprichtingsakten moeten voorleggen, die welke een grote financiële impact hebben: de statuten en hun wijzigingen, het beheerscontract en de wijzigingen ervan en de jaarrekeningen. Brussel Plaatselijke Besturen zal jaarlijks een bijgewerkte lijst van gemeentelijke vzw’s publiceren.

Aanvullende verplichtingen voor kleine en grote vzw’

  1. Naast de basisvereisten zullen kleine vzw’s alle documenten met betrekking tot overheidsopdrachten van meer dan 175.000 euro moeten overmaken, alsook een lijst van de door hun bestuursorganen vastgestelde besluiten.
  2. Naast de basisverplichtingen en de verplichtingen voor kleine vzw’s moeten grote vzw’s de volgende documenten overmaken: akten tot intrekking of rechtvaardiging van een opgeschorte akte; akten van de algemene vergadering; overeenkomsten; het aangaan van leningen; de verwerving of vervreemding van eigendomsrechten of zakelijke rechten op onroerende goederen.

Hoe maak je onderscheid tussen de 3 soorten vzw’s?

Het onderscheid tussen micro-, kleine en andere vzw’s is rechtstreeks overgenomen uit het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen:

Worden beschouwd als micro-vzw’s, de vzw’s die op de balansdatum van het laatste afgesloten boekjaar niet meer dan één van de volgende criteria overschrijden:

  • jaargemiddelde van het aantal werknemers: 10;
  • jaaromzet, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde: 700 000 euro;
  • balanstotaal: 350 000 euro.

Een kleine vzw is een vzw die op balansdatum van het laatst afgesloten boekjaar, niet meer dan één van de volgende criteria overschrijdt:

  • jaargemiddelde van het aantal werknemers: 50;
  • jaaromzet, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde: 9 000 000 euro;
  • balanstotaal: 4 500 000 euro.

Vzw’s die niet aan de voorwaarden van de eerste twee categorieën voldoen, worden als grote vzw’s beschouwd.

Gewest maakt uitzonderlijke steun vrij om gemeenten te ondersteunen

Persbericht

Sinds de stijging van de prijzen en de energiecrisis staan de gemeentelijke financiën zwaar onder druk. Als reactie op deze vaststelling heeft de Brusselse minister van Plaatselijke Besturen beslist om 14 miljoen euro extra vrij te maken om de 19 gemeenten van het Brussels Gewest financieel te ondersteunen.

We hoeven u er niet aan te herinneren dat we allemaal het hoofd moeten bieden aan een ongekende crisis. En het spreekt voor zich dat ook de gemeenten niet gespaard worden … Met een hoge inflatie en exponentiële bedragen op de energiefacturen wordt de situatie erg moeilijk te dragen. De plaatselijke besturen moeten de gevolgen van de crisis immers zo goed mogelijk bestrijden en tegelijkertijd hun beleid blijven uitvoeren met bijna lege gemeentekassen.

In deze buitengewone context heeft de minister van Plaatselijke Besturen, Bernard Clerfayt, beslist te reageren door de indexering van de algemene dotatie aan de gemeenten tijdelijk te verhogen van 2 tot 5,5% in 2022. In totaal kon aldus een bedrag van 14 miljoen euro beschikbaar worden gesteld. Daarbij komt nog een enveloppe van 15 miljoen euro in 2023, wat het resultaat is van de begrotingsmaatregelen die de Brusselse Regering heeft genomen.

We moeten erop wijzen dat deze uitzonderlijke steun uitsluitend werd vrijgemaakt in het kader van de steun aan de gemeenten om de crisis het hoofd te bieden. Zo hebben zij bijvoorbeeld in hun begroting voor 2022 kredieten ten belope van 24 miljoen euro voorzien, en dit enkel voor hun energiegerelateerde uitgaven. Gezien de marktprijzen wordt verwacht dat dit bedrag ten minste zal verdubbelen voor het jaar 2023.

“Wij zullen de gemeenten vanaf nu informeren over de bedragen die hun voor de twee boekjaren 2022 en 2023 zullen worden toegekend. Het is de bedoeling dat zij hun begrotingsramingen kunnen opstellen en zo zich zo goed mogelijk kunnen aanpassen aan de gevolgen van de crisis”, stelt Bernard Clerfayt.

Deze extra enveloppen zullen worden verdeeld onder de gemeenten op basis van hun aandeel in de algemene dotatie aan de gemeenten.

Contact
Marine Deschouwer

Brussels Gewest versterkt controle op gemeentelijke vzw’s

Persbericht

Op voordracht van Bernard Clerfayt, de Brusselse minister van Plaatselijke Besturen, heeft de Regering ingestemd met een ontwerp van ordonnantie dat het mogelijk maakt de controle op de gemeentelijk vzw’s te versterken en te verbeteren.

Iedereen herinnert zich nog het politiek-financiële schandaal bij Samusocial. Om te vermijden dat zoiets ooit nog zou kunnen gebeuren, had het Gewest heel strikte, te strikte, bakens goedgekeurd en ingevoerd waardoor de controle op de gemeentelijke vzw’s uiteindelijk ondoeltreffend en inefficiënt werd: administratieve overbelasting, te korte controletermijn, etc.

“Onder de emotie van de verschillende schandalen had de vorige wetgever omvangrijke maatregelen genomen naar aanleiding van de aan het licht gebrachte feiten. In de praktijk kan en moet de controle op de gemeentelijke vzw’s evenwel verbeterd worden”, stelt Bernard Clerfayt.

Om die reden heeft de Brusselse minister van Plaatselijke Besturen een nieuwe ordonnantie voorgesteld die het mogelijk maakt de controle op de gemeentelijke vzw’s te versterken.

Deze hervorming is gebaseerd op twee beginselen. Het eerste controleniveau van een gemeentelijke vzw is de gemeente zelf. Het is immers aan de gemeente om zich ervan te vergewissen dat de vzw die ze opgericht heeft, de geldende wetgeving en de beginselen van goed bestuur naleeft. Niettemin gaat voor sommige vzw’s het belang van toezicht verder dan het gemeentelijke niveau, vanwege de aard van de akte, de auteur ervan of de bedragen in kwestie.

Bijgevolg wordt een onderscheid gemaakt op basis van de omvang van de vzw’s: “micro-”, “kleine” en “grote” vzw’s.

Alle vzw’s zullen de fundamentele en oprichtingsakten van een vzw, die het grootste risico vormen voor hun financiële situatie, aan de Regering moeten bezorgen: de statuten en de wijzigingen ervan, het beheerscontract en de wijzigingen daarvan, alsook de jaarrekeningen.

De kleine vzw’s zullen eveneens alle documenten met betrekking tot overheidsopdrachten van meer dan 175.000 euro en een lijst met de door hun beheersorganen goedgekeurde akten moeten overmaken.

Wat de grote vzw’s betreft: zij zijn aan dezelfde verplichtingen onderworpen als de micro- en kleine vzw’s, maar zij moeten ook de akten tot intrekking of rechtvaardiging van een opgeschorte akte; de akten van de algemene vergadering; de overeenkomsten; het aangaan van leningen en de verwerving of de vervreemding van eigendomsrechten of zakelijke rechten op onroerende goederen bezorgen.

Om de controle op de vzw’s te vergemakkelijken, zullen de akten van alle vzw’s (micro-, kleine en grote) en de gedetailleerde lijsten opgesteld door de kleine en grote vzw’s overigens eveneens worden overgemaakt aan de gemeente teneinde een controle door het gemeentelijke korps te kunnen waarborgen.

“Er verandert niets voor de grote vzw’s. Dankzij deze onderverdeling zal het toezicht eindelijk uitgeoefend kunnen worden: het zal gemakkelijker zijn om de risico’s te bepalen en indien nodig in te grijpen”, besluit de DéFI-minister.

Tot slot zal Brussel Plaatselijke Besturen jaarlijks een geüpdatete lijst met de gemeentelijke vzw’s publiceren.

Contact
Marine Deschouwer

Uitzonderlijke steun voor de gemeenten

Actualiteit
Gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

De minister van Plaatselijke Besturen, Bernard Clerfayt, verhoogt de indexering van de Algemene Dotatie aan de Gemeenten (ADG) tijdelijk van 2 tot 5,5% in 2022. Er werd een bedrag van 14 miljoen euro vrijgemaakt. Daarbij komt nog een enveloppe van 15 miljoen euro in 2023, wat het resultaat is van de begrotingsmaatregelen van de Brusselse Regering.

Begrotingskredieten van 24 miljoen euro

We moeten erop wijzen dat deze uitzonderlijke steun uitsluitend werd vrijgemaakt in het kader van de steun aan de gemeenten om de crisis het hoofd te bieden. Zo hebben zij bijvoorbeeld in hun begroting voor 2022 kredieten ten belope van 24 miljoen euro voorzien, en dit enkel voor hun energiegerelateerde uitgaven. Gezien de marktprijzen wordt verwacht dat dit bedrag ten minste zal verdubbelen voor het jaar 2023.

Sinds de stijging van de prijzen en de energiecrisis staan de gemeentelijke financiën zwaar onder druk. De plaatselijke besturen moeten de gevolgen van de crisis bestrijden en tegelijkertijd hun beleid blijven uitvoeren met bijna lege gemeentekassen.

Bedragen toegekend voor de boekjaren 2022 en 2023

“Wij zullen de gemeenten vanaf nu informeren over de bedragen die hun voor de twee boekjaren 2022 en 2023 zullen worden toegekend. Het is de bedoeling dat zij hun begrotingsramingen kunnen opstellen en zo zich zo goed mogelijk kunnen aanpassen aan de gevolgen van de crisis”, stelt Bernard Clerfayt.

Deze extra enveloppen zullen worden verdeeld onder de gemeenten op basis van hun aandeel in de Algemene Dotatie aan de Gemeenten.

“De Toekomsten van Brussel”, het Gewest door de Brusselaars

Actualiteit
Logo De Toekomsten van Brussels

De werking van onze Brusselse instellingen wordt verre van unaniem aanvaard door de bevolking. Hoe kan dit verholpen worden? Door een beroep te doen op de eerste betrokkenen: de Brusselaars zelf! Dit is de oplossing die de Brusselse minister van Plaatselijke Besturen, Bernard Clerfayt, voor deze opdracht heeft voorgesteld. Onder de titel “De Toekomsten van Brussel” zal dit proces van burgerdemocratie een gelegenheid voor vrije meningsuiting bieden waar de stem van de burgers gehoord en gerespecteerd zal worden.

“De organisatie en de werking van ons Gewest mag niet alleen gebaseerd zijn op beleid. Hier is het de bedoeling dat de Brusselaars de toekomst van hun Gewest opnieuw bekijken, en dus de werking ervan en de interactie met de 19 gemeenten herzien”, aldus Bernard Clerfayt.

Concreet: openbare netheid, verkiezingen, veiligheid, …  

De organisatie van onze instellingen, de werking van het overheidsbeleid, de gemeenten, enz. De burgers zullen worden uitgenodigd hun mening te geven over een reeks thema's, zoals de verkiezingen, het vertrouwen van de burgers in hun vertegenwoordigers, openbare netheid, veiligheid en de territoriale indeling van de gemeenten.

“Van Brussel een geslaagde stad maken, met de hulp van de Brusselaars”

De “Toekomsten van Brussel” wordt in drie fasen verdeeld en zal net voor de zomer van 2023 voltooid zijn. De eerste fase begint op 7 november met de raadpleging van 1.000 Brusselaars die alle burgers vertegenwoordigen via een online-enquête. De tweede fase wordt gewijd aan de organisatie van debatten tussen institutionele actoren. In de laatste fase zullen ontmoetingen plaatsvinden tussen burgers en institutionele vertegenwoordigers. Ten slotte wordt het eindverslag in september 2023 verwacht.

“Deze gelegenheid maakt het mogelijk de aanbevelingen van de burgers ernstig te nemen. En ik blijf erbij, ik wil geen schijndemocratie! De resultaten zullen worden geanalyseerd en zullen ons in staat moeten stellen ons enige doel te bereiken: van Brussel een geslaagde stad maken met de hulp van de Brusselaars”, besluit de minister.

De Toekomsten van Brussel: de Brusselaars aan het woord om het Gewest opnieuw uit te vinden

Persbericht

De organisatie en de werking van de Brusselse instellingen herbekijken en dat door de burger erbij te betrekken. Dat is de opdracht die de Brusselse Regering heeft toevertrouwd aan de Brusselse minister van Plaatselijke Besturen, Bernard Clerfayt. Het project, dat “De Toekomsten van Brussel” als titel kreeg, gaat op 7 november van start en biedt de Brusselaars de mogelijkheid zich uit te spreken over een reeks thema's die verband houden met de werking van hun Gewest.

Wie op het web surft of het nieuws volgt, is het waarschijnlijk al opgevallen dat de term “Brussels-bashing” steeds vaker wordt gebruikt. Deze tirades zijn een ware lastercampagne voor het Gewest, en ze hitsen de menigte op. Zijn ze gegrond? Deels wel... Helaas is het Gewest ook het slachtoffer van de complexiteit van zijn institutionele landschap. Incoherentie, onbegrip, wantrouwen,... Eén ding is zeker: de werking van onze instellingen wordt verre van unaniem aanvaard door de bevolking.

Hoe kan dit verholpen worden? Door een beroep te doen op de eerste betrokkenen: de Brusselaars zelf! Dat is de oplossing die Bernard Clerfayt, de Brusselse minister van Plaatselijke Besturen, voor deze opdracht heeft voorgesteld. Onder de titel “De Toekomsten van Brussel” zal dit proces van burgerdemocratie een gelegenheid voor vrije meningsuiting bieden waar de stem van de burgers gehoord en gerespecteerd zal worden.

“De organisatie en de werking van ons Gewest mag niet alleen gebaseerd zijn op beleid. Hier is het de bedoeling dat de Brusselaars de toekomst van hun Gewest opnieuw bekijken, en dus de werking ervan en de interactie met de 19 gemeenten herzien”, aldus Bernard Clerfayt.

De organisatie van onze instellingen, de werking van het overheidsbeleid, de gemeenten, enz. De burgers zullen worden uitgenodigd hun mening te geven over een reeks thema's, zoals de verkiezingen, het vertrouwen van de burgers in hun vertegenwoordigers, openbare netheid, veiligheid en de territoriale indeling van de gemeenten.

De “Toekomsten van Brussel” wordt in drie fasen verdeeld en zal net voor de zomer van 2023 voltooid zijn. De eerste fase begint op 7 november met de raadpleging van 1.000 Brusselaars die alle burgers vertegenwoordigen via een online-enquête. De tweede fase wordt gewijd aan de organisatie van debatten tussen institutionele actoren. In de laatste fase zullen ontmoetingen plaatsvinden tussen burgers en institutionele vertegenwoordigers. Ten slotte wordt het eindverslag in september 2023 verwacht.

“Deze gelegenheid maakt het mogelijk de aanbevelingen van de burgers ernstig te nemen. En ik blijf erbij, ik wil geen schijndemocratie! De resultaten zullen worden geanalyseerd en zullen ons in staat moeten stellen ons enige doel te bereiken: van Brussel een geslaagde stad maken met de hulp van de Brusselaars”, besluit de minister.

Meer info op www.detoekomsten.brussels

Contact?
Pauline Lorbat – 0485 89 47 45

Energieverbruik gemeenten verminderen

Actualiteit
Verwarmingstemperatuur van de lokalen aangepast aan hun gebruik en bezetting: maximaal 19°C

Om de energiecrisis het hoofd te bieden, heeft Bernard Clerfayt, de Brusselse minister van Plaatselijke Besturen, een gids met goede praktijken naar de gemeentebesturen, de intercommunales en de OCMW’s gestuurd, met als doel het energieverbruik van de gemeenten te verminderen. “In tijden van crisis moeten we allemaal bijdragen aan de collectieve inspanning. De plaatselijke overheden moeten het goede voorbeeld geven door hun energieverbruik nog meer onder controle te houden”, aldus Bernard Clerfayt.

Verwarming, ventilatie, verlichting, mobiliteit, … alle aspecten komen aan bod

In de nota van de minister wordt onder meer aanbevolen om de verwarmingstemperatuur van lokalen aan te passen aan het gebruik en de bezetting ervan: maximaal 19°C bij bezetting en 16°C 's nachts. Een verlaging van de verwarmingstemperatuur met één graad betekent een gemiddelde vermindering van het gasverbruik met 8% in slecht geïsoleerde gebouwen. Airconditioning mag alleen worden geactiveerd bij 27°C en moet worden uitgeschakeld wanneer het lokaal langer dan 12 uur niet gebruikt wordt.

Ook aanbevelingen voor de buitenverlichting en de mobiliteit van ambtenaren

In de omzendbrief wordt eveneens aangedrongen op het systematisch uitschakelen van de binnen- en buitenverlichting in openbare gebouwen tussen 19.00 uur en 6.00 uur. De verlichting van monumenten en seizoensverlichting moet idealiter worden uitgeschakeld van 23.00 tot 6.00 uur.

In het deel over mobiliteit worden de ambtenaren van de plaatselijke overheden in de brief verzocht om verplaatsingen zo veel mogelijk te vermijden en de voorkeur te geven aan alternatieven voor de auto: het openbaar vervoer nemen, fietsen of stappen.