Dienstenchequeactiviteit bereikt opnieuw niveau van voor crisis

Huishoudhulpen

“De sector van de dienstencheques is een van de eerste waarvan het activiteitsniveau is teruggekeerd tot een niveau dat vergelijkbaar is met dat van vóór de crisis. Als we de cijfers van 2021 vergelijken met die van 2019, stellen we vast dat de activiteit zich tot 96% heeft hersteld. Dit bewijst dat het een essentiële dienst voor de burgers is en dat de populariteit ervan hoog blijft”, stelt Bernard Clerfayt, de Brusselse minister van Werk.

De cijfers bevestigen de interesse voor dienstencheques

In 2021 werden 16.022.073 dienstencheques aangekocht door de Brusselse gezinnen, tegenover 13.655.420 in 2020, wat een stijging met 17,33% betekent. Het aantal terugbetaalde dienstencheques, d.w.z. de cheques die daadwerkelijk door de Brusselaars werden gebruikt, bedraagt 15.837.120 in 2021, tegenover 13.350.747 in 2020, of een stijging met 18,62%. Bovendien werden er in 2021 14.461 nieuwe Brusselse gebruikers geteld. Gemiddeld gebruiken 112.000 Brusselaars elke maand een of meer dienstencheques.

De cijfers voor 2021 zijn een goede indicator van het belang van het dienstenchequesysteem voor de Brusselse huishoudens.

25.000 personen actief in dienstenchequebedrijven

Het systeem van de dienstencheques, dat bijna 20 jaar geleden werd ingevoerd, heeft ervoor gezorgd dat tal van huishoudhulpen niet meer moesten zwartwerken en dat de gebruikers tegelijkertijd een aantrekkelijke prijs wordt verzekerd. Het resultaat: de dienstencheques waren onmiddellijk een succes en trekken, 20 jaar later, nog steeds meer Brusselaars aan. In het Brussels Gewest werken 25.000 mensen in deze sector en tellen we meer dan 112.000 gebruikers.

Gewest en sociale partners willen arbeidsvoorwaarden huishoudhulpen verbeteren

Ten slotte zal in de nabije toekomst, in nauwe samenwerking met de sociale partners, een hervorming van het stelsel van de dienstencheques worden doorgevoerd. Zij moet in de eerste plaats de arbeidsomstandigheden van de huishoudhulpen verbeteren.

Bernard Clerfayt onthult 4 initiatieven van het Gewest op het gebied van artificiële intelligentie

afbeelding van een smartphone met daarop een chatbot – Artificiële intelligentie en openbare diensten

De samenwerking tussen onderzoekers van de FARI (Artificial Intelligence Institute) en het Gewest leidt nu al tot concrete realisaties, ten dienste van de Brusselaars. Afgelopen voorjaar lanceerden het Gewest, de ULB en de VUB het Instituut voor Artificiële Intelligentie – FARI. Vandaag kondigt, Bernard Clerfayt, de Brusselse minister van Digitalisering, de uitvoering van 4 projecten aan.

“Het Gewest moet zich artificiële intelligentie eigen maken, als het deze technologie wil benutten ten bate van zijn burgers"; deze wens heeft de minister al gerealiseerd. De eerste vier opdrachten die aan FARI zijn toevertrouwd, betreffen de bevoegdheden van de minister. “Enerzijds zullen de overheidsdiensten kunnen steunen op de wetenschappelijke en technologische kennis van onze erkende onderzoekers. Anderzijds zullen deze laatsten al het potentieel van hun onderzoek ten volle kunnen aanwenden om onze openbare dienstverlening te verbeteren”, verduidelijkt minister Bernard Clerfayt.

Tewerkstelling: betere matching tussen profielen en jobaanbiedingen

Het proefproject dat in oktober jongstleden door FARI in samenwerking met Actiris werd opgestart, heeft tot doel de huidige matching-oplossing te verbeteren om een eenvoudiger en doeltreffender instrument voor te stellen. Matching is een essentiële stap om het aantal Brusselaars dat aan het werk is, te verhogen. Doel: de zichtbaarheid van relevante jobaanbiedingen vergroten bij werkzoekenden met een echt matchend profiel.

Voor gebruikersgerichte regelgevingen en procedures

Een test voor administratieve vereenvoudiging, voorzien in het Brusselse plan voor administratieve vereenvoudiging, zal het mogelijk maken alle nieuwe wetgevende teksten aan een “customer journey”-analyse te onderwerpen. Dat is een noodzakelijke stap om ervoor te zorgen dat de gevolgen voor de gebruiker zo gering mogelijk zijn en om de administratieve last voor de burger te beperken.

Regels inzake verkoop van dieren afdwingen

Het proefproject is erop gericht illegale advertenties op internet sneller op te sporen en voor de nodige follow-up te zorgen. Advertenties voor de verkoop van dieren zijn onderworpen aan een zeer specifieke regelgeving. Met de ontwikkeling van de sociale netwerken en onlineverkoopsites worden illegale advertenties steeds talrijker en is het niet ongewoon om op de sociale netwerken advertenties te zien voor dieren die te koop worden aangeboden. Achter deze advertenties kunnen soms illegale netwerken voor dierenhandel schuilgaan.

Ontwikkeling van een strategie voor artificiële intelligentie in het Brussels Gewest

FARI en het CIBG (Centrum voor Informatica voor het Brusselse Gewest) zullen een stappenplan voorstellen voor de ontwikkeling van artificiële intelligentie in het Brussels Gewest. De bedoeling is om te beschikken over een ontwikkelingskader, samenhang van de projecten te waarborgen, maar ook om te steunen op een bundeling van de kennis. In het Brussels Gewest werden tal van projecten op het gebied van artificiële intelligentie opgestart, wat getuigt van de groeiende belangstelling van de economische wereld maar ook van de openbare diensten voor deze nieuwe technologie.

Wat u ook zou kunnen interesseren:

83 klachten over dierenmishandeling in 2021 in Brussels Gewest

83 klachten over dierenmishandeling in 2021 in Brussels Gewest

Leefmilieu Brussel heeft in 2021 83 klachten over dierenmishandeling ontvangen; ze werden allemaal ontvankelijk verklaard. Bovendien werden vorig jaar in het Brussels Gewest 28 inbeslagnames uitgevoerd van in totaal 45 dieren.

Er zijn verschillende gevallen waarin een dier in beslag kan worden genomen: gebrek aan hygiëne, ondervoeding, onbehandelde ziekten, enz. In 2021 werden bij 28 inbeslagnames in totaal 45 dieren meegenomen. Het betrof 35 honden, 5 katten, maar ook een leguaan, 3 kikkers en een boa.

De Dienst Dierenwelzijn van Leefmilieu Brussel ontvangt de klachten over dierenmishandeling

Na de inbeslagname worden de dieren meestal tijdelijk toevertrouwd aan een asiel in afwachting van de beslissing over de bestemming. Deze beslissing wordt genomen door Leefmilieu Brussel en moet gebeuren binnen de twee maanden na de inbeslagname. Deze inbeslagnames zijn vaak het gevolg van klachten die door burgers worden ingediend bij de Dienst Dierenwelzijn van Leefmilieu Brussel. In 2021 werden er 83 klachten ingediend.

“De boetes voor dierenmishandeling kunnen tot 100.000 euro bedragen”

“Het melden van dierenmishandeling is een belangrijke daad. Klachten maken het mogelijk om problematische situaties voor de dieren en soms ook voor de eigenaar te identificeren. De inspecteurs van Leefmilieu Brussel gaan geen inspanning uit de weg om deze situaties te verhelpen en geven waarschuwingen, stellen processen-verbaal op en gaan, indien nodig, over tot inbeslagnames. Onze relatie met levende wezens en dieren is de afgelopen jaren enorm geëvolueerd en de verwachtingen van de burgers blijven groeien. Boetes voor dierenmishandeling kunnen bijgevolg oplopen tot 100.000 euro en de rechter kan zelfs een gevangenisstraf en een verbod op het houden van dieren opleggen. Het toekomstige Brusselse Wetboek voor Dierenwelzijn zal zorgen voor de ontwikkeling van de bestaande instrumenten om mishandelingen efficiënter te voorkomen en te bestraffen”, besluit Bernard Clerfayt, de Brusselse minister van Dierenwelzijn.

Premie phoenix.brussels met 6 maanden verlengd

Favoriser l'embauche des bruxellois grâce à la prime Phoenix

Met de phoenix.brussels-premie kunnen werkgevers die Brusselaars in dienst nemen die nieuw werden ingeschreven bij Actiris, financiële steun krijgen. Deze uitzonderlijke premie zou eindigen op 31 december 2021. Bernard Clerfayt, de Brusselse minister van Werk, heeft beslist om deze premie te verlengen om de aanwerving van Brusselse werkzoekenden die het slachtoffer geworden zijn van de crisis, te ondersteunen.

800 euro per maand gedurende 6 maanden

Concreet zullen de toekomstige werkgevers van alle Brusselaars die zich vóór 30 juni 2022 hebben ingeschreven en die vóór 30 september 2022 een arbeidsovereenkomst sluiten, gedurende 6 maanden een premie van 800 euro per maand ontvangen.

Jongeren onder de 30 jaar met minimaal een diploma secundair onderwijs en kunstenaars krijgen financiële steun ten belope van 500 euro per maand.

Phoenix.brussels, een voordeel voor Brusselse werkzoekenden

"Gelet op de aanhoudende crisis dient de phoenix-premie te worden verlengd. Tijdelijke werkloosheid en het overbruggingsrecht hebben tot nu toe gewerkt als beschermende maatregelen voor werknemers. Zodra deze eindigen, is het risico evenwel groot dat er zich veel nieuwe werkzoekenden zullen aandienen. De phoenix-premie krijgt dan haar volle betekenis en maakt de Brusselaars aantrekkelijker in de ogen van werkgevers. Ik hoop nu wel dat de naam die aan deze premie werd gegeven, niet als een slecht voorteken klinkt en dat het niet nodig zal zijn om ze opnieuw nieuw leven in te blazen", aldus Bernard Clerfayt.

Impact van crisis voor nieuwe werkzoekenden verzachten

Talrijke maatregelen, zoals de phoenix.brussels-premie, die in het kader van het Brusselse relanceplan werden genomen, moesten tijdelijk zijn omdat ze verband hielden met de pandemie. Deze  maatregelen hebben met name tot gevolg gehad dat bepaalde activiteitensectoren in gevaar werden gebracht.

Deze uitzonderlijke omstandigheden hebben sinds het begin van de crisis een aanzienlijke impact gehad op de tewerkstelling van Brusselse werkzoekenden.

In deze context keurde de Regering in juli 2020 haar Brusselse Relanceplan goed. In het luik tewerkstelling werd de nadruk gelegd op het zo snel mogelijk weer aan het werk krijgen van deze nieuwe werkzoekenden, om te voorkomen dat ze in werkloosheid verstrikt zouden raken en hun vaardigheden en knowhow zouden verliezen.

RE-Place heeft reeds 170 alternatieve methoden voor dierproeven opgelijst

alternatieve methoden voor dierproeven

De coördinatoren van de RE-Place-projecten, Sciensano en de Vrije Universiteit Brussel hebben een onlinetool ontwikkeld die al 170 alternatieve methoden voor dierproeven heeft verzameld. Zij komen uit verschillende onderzoeksgebieden en instellingen. De lancering van deze nieuwe en verbeterde versie van het platform RE-Place maakt het vergaren van expertise eenvoudiger. Voortaan is het mogelijk om het platform te verbinden met specifieke onderzoeksgroepen of organisaties.

Het Brussels Gewest en het Vlaamse Gewest roepen de wetenschappers dan ook op hun expertise zo veel mogelijk te delen via het platform RE-Place!

RE-Place kan bijdragen aan een systematische vermindering van het aantal dierproeven

RE-Place wil het gebruik van proefdiervrije testmethoden bevorderen door het delen van kennis aan te moedigen en deskundigen uit verschillende instellingen en onderzoeksgebieden samen te brengen. Bovendien fungeert RE-Place als een centraal informatiepunt waar actuele data over de alternatieven kunnen worden gevonden. Op lange termijn zou dit project moeten bijdragen tot een systematische vermindering van het aantal dierproeven.

“Ik zou het lijden van proefdieren zo veel mogelijk willen vermijden. Dat kan door het gebruik van alternatieve methoden te ontwikkelen, te stimuleren en te ondersteunen. Als we vandaag precies weten hoeveel dieren voor wetenschappelijk onderzoek worden gebruikt, lijkt het me van fundamenteel belang actie te ondernemen om dat aantal te verminderen”, stelt Bernard Clerfayt.

Van de controle van dieren tot innovatieve technieken

In België worden elk jaar ongeveer een half miljoen labodieren gebruikt voor wetenschappelijke doeleinden. Zij worden meestal gebruikt voor biomedisch onderzoek naar nieuwe therapieën voor ziekten als kanker. Bovendien is het gebruik van labodieren soms wettelijk verplicht, bijvoorbeeld om de veiligheid van geneesmiddelen en vaccins te waarborgen. Het gebruik van labodieren wordt streng gecontroleerd door ethische comités en de besturen bevoegd voor dierenwelzijn.

Het Brussels Gewest en het Vlaamse Gewest promoten al enkele jaren het gebruik van alternatieven voor dierproeven. En op Europees niveau werd veel vooruitgang geboekt bij de ontwikkeling van testmethoden waarbij geen dieren worden gebruikt. Onderzoekers gebruiken onder meer materiaal van het menselijk lichaam in cel- en weefselculturen (in vitro) of computermodellen (in silico). Deze nieuwe innovatieve technieken spelen een zeer nuttige en aanvullende rol bij het beantwoorden van vragen over regelgeving en biomedische (onderzoeks)vragen.

Dit zou u ook kunnen interesseren:

Nieuw record voor IRISbox: 720.000 verrichtingen in 2021, het dubbele van 2020!

Nieuw record voor IRISbox

Het succes van IRISbox, het elektronische loket van het Brussels Gewest, bevestigt de versnelling van de digitalisering van de uitwisselingen tussen de Brusselaars en hun besturen. Een evolutie waarvan de minister van Digitalisering, Bernard Clerfayt, een voorstander is.

Deze onlinedienstverlening komt duidelijk tegemoet aan de behoefte van de Brusselaars om zich het leven wat gemakkelijker te maken dankzij de toegankelijkheid van de onlinediensten.

“IRISbox past perfect in mijn doelstelling om van het Brussels Gewest een verbonden gewest te maken. Digitale technologie maakt de administratie moderner, eenvoudiger, efficiënter en toegankelijker. Gedaan met de lange rijen aan het loket, geen onnodige verplaatsingen meer en de burgers en bedrijven verrichten steeds meer handelingen online op een volledig beveiligde manier”, stelt de Brusselse minister.

Steeds meer documenten beschikbaar op IRISbox

IRISbox wordt elk jaar uitgebreid met nieuwe mogelijkheden. In 2021 werden aldus 101 nieuwe formaliteiten toegevoegd: vrijstellingen voor de autoloze dag, inschrijvingen voor de speelpleinen (Vorst, Jette, Evere), aanvragen voor de renovatiepremie (Sint-Pieters-Woluwe) en aanvragen voor een vergunning voor een evenement (Vorst).

In 2022 zal het ook mogelijk zijn om de aanvragen te verrichten voor de Bruxell'Air-premie, de energie- en renovatiepremie of de tijdelijke inname van het openbaar domein.

Gezinssamenstelling, uittreksel van de geboorteakte, etc.

Ter herinnering: IRISbox is het onlineplatform van het Brussels Gewest dat 24/7 gewestelijke en plaatselijke diensten aanbiedt.

In 2021 telde IRISbox 745.809 gebruikers, van wie 106.335 nieuwe. Samen hebben zij meer dan 720.000 administratieve handelingen verricht. De meest aangevraagde documenten zijn die van de gezinssamenstelling, het uittreksel van de geboorteakte en het uittreksel van het strafregister.

“De Brusselaars beseffen dat het vaak eenvoudiger en sneller is om hun administratieve handelingen online te verrichten dan naar de besturen te gaan. Dat is het voordeel van IRISbox: zijn/haar administratieve formaliteiten van thuis uit kunnen doen. Daarom blijft het aantal handelingen dat beschikbaar is op IRISbox, stijgen”, aldus Bernard Clerfayt, de Brusselse minister van Digitalisering en Administratieve Vereenvoudiging.

Deze onlinetechnologie werd ontwikkeld en ingevoerd bij de besturen door het CIBG (Centrum voor Informatica voor het Brusselse Gewest). Zij zorgt ervoor dat het minder druk is bij de Brusselse administratieve diensten, maar ook dat de termijnen van de procedures en van de aflevering van documenten ingekort kunnen worden.

De meeste gebruikers van IRISbox zijn … gebruiksters

52% van de gebruikers zijn vrouwen, tegenover 48% mannen. Het verschil wordt geleidelijk aan kleiner, want in 2020 telden we 54% vrouwen.

De gebruikers komen uit alle leeftijdsgroepen, met evenwel een lichte piek voor de 35- tot 44-jarigen, die 24,4% van het totaal vertegenwoordigen. De groep 18- tot 24-jarigen is goed voor 11,6% van de gebruikers en de 65-plussers voor 13%.

Over het CIBG

Het Centrum voor Informatica voor het Brusselse Gewest (CIBG) is de gewestelijke operator van de digitale transitie en van de technologische vernieuwingen, ten dienste van de openbare besturen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en ten voordele van de burgers. Het CIBG speelt een proactieve rol als beheerder en leverancier van de ICT-dienstencatalogus en is betrokken bij de bundeling van de middelen. Het Centrum waarborgt ook een monitoring van de technologische en juridische innovaties om te kunnen anticiperen op de ontwikkelingen en behoeften van zijn klanten.

Gewestelijke steun aan Brusselse gemeenten beter verdelen

Gewestelijke steun aan Brusselse gemeenten beter verdelen

“Het verschil in middelen tussen de gemeenten bedraagt 1 tot 3. Dat is enorm. Bijgevolg is het vermogen van de gemeenten om de basisdiensten te verzekeren niet identiek. Het financieringsmechanisme van de Brusselse gemeenten is niet voldoende gebaseerd op het solidariteitsbeginsel. Het moet worden herzien om beter rekening te kunnen houden met de verschillen tussen de gemeenten en hun sociaal-economische realiteit. Dat is een kwestie van cohesie voor het Gewest en van billijkheid tussen de burgers”, benadrukt Bernard Clerfayt, de Brussels minister van Plaatselijke Besturen.

Grote verschillen tussen de gemeenten

Op vraag van de minister werd een momentopname gemaakt van de begrotingsbedragen die van het Gewest naar de gemeenten werden overgeheveld, alsook een vergelijkend onderzoek van de financiële middelen van de 19 gemeenten. Het doel bestond erin te weten te komen of de gemeenten over dezelfde middelen beschikken om diensten aan de inwoners te verlenen. Resultaat: dat is niet het geval, en het is beter om in Sint-Gillis te wonen dan in Ganshoren of in Elsene dan in Anderlecht.

De verdeling van de beschikbare middelen per inwoner spreekt boekdelen in termen van ongelijkheid. Aldus stellen we vast dat de Stad Brussel over 3.591 euro per inwoner beschikt en Ganshoren over 1.226 euro per inwoner. Tussen die twee in en in de middenmoot liggen Elsene (1.986 euro/inwoner), Sint-Gillis (2.153 euro/inwoner) en Etterbeek (1.841 euro/inwoner). We zien ook dat de gemeenten voor verschillende belastingtarieven kiezen (voor de personenbelasting en de onroerende voorheffing) in functie van hun financiële situatie.

Hefbomen voor een rechtvaardigere verdeling tussen de Brusselse gemeenten

Er zijn verschillende pistes mogelijk. De eerste bestaat erin de criteria voor de algemene dotatie aan de gemeenten te herzien om deze verschillen te verkleinen, zoals in het regeerakkoord werd toegezegd. De tweede piste beoogt de andere mechanismen voor de subsidiëring van de gemeenten aan te passen in functie van hun financiële situatie. De voor elke subsidie toegepaste percentages zouden afhankelijk worden van een criterium dat verband houdt met de financiële draagkracht van de gemeente. Ten slotte zou voor elke subsidie aan de Brusselse gemeenten systematisch een criterium gehanteerd moeten worden dat gekoppeld is aan het aantal inwoners die, uiteindelijk, de eerste begunstigden zijn.

“Wanneer het Gewest optreedt ten gunste van de gemeenten, gaat het ervan uit dat alle gemeenten over dezelfde financiële draagkracht beschikken. Dat is duidelijk niet het geval. De éne gemeente is de andere niet: ze verschillen in omvang (tussen 20.000 en 180.000 inwoners) en beschikken over verschillende financiële middelen die berekend worden per inwoner (verschillen van 1 tot 3)”, stelt Bernard Clerfayt.

Ter herinnering: de gemeentelijke financiën zijn samengesteld uit enerzijds hun eigen inkomsten (aanvullende belastingen, fiscale inkomsten en diensten), en anderzijds uit de algemene dotatie aan de gemeenten (ADG) die door het Brussels Gewest wordt betaald, alsook subsidies die worden toegekend volgens de verwezenlijkingen of investeringen.

Dit zou u ook kunnen interesseren:

Actiris ontvangt steeds meer werkaanbiedingen van werkgevers

Actiris ontvangt steeds meer werkaanbiedingen van werkgevers

Actiris ontving 60.222 werkaanbiedingen in 2021, een stijging van 88,4% in vergelijking met 2020 en 71,8% in vergelijking met 2019. Deze bemoedigende trend wordt verklaard door een hervatting van de activiteiten in de afgelopen maanden en door een toename in de werkaanbiedingen die aan Actiris worden bezorgd.

Daling van aantal werkzoekenden

Eind december 2021 telde het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 87.295 werkzoekenden. Dit zijn 3.291 mensen minder dan in december 2020, een daling van 3,6%. De werkloosheid is sinds september 2021 gedaald dankzij de economische verbetering die in 2021 plaatsvond en het doorvoeren en handhaven van maatregelen zoals tijdelijke werkloosheid en het overbruggingsrecht.

Aanzienlijke verbetering vanaf 2de kwartaal 2021

De conjuncturele verbetering die in de loop van 2021 werd waargenomen, had tot gevolg dat de werkloosheid vanaf de tweede helft van het jaar daalde. In september was er een jaarlijkse daling van het aantal werkzoekenden van 3,9%, die zich in de laatste 3 maanden van 2021 voortzette (-3,6% in december 2021). Als we de werkloosheidscijfers voor de tweede helft van 2021 nemen, zien we aldus een daling van 2.352 eenheden (of -2,6%).

Jongeren haalden meer profijt uit herstel in 2021

Afgelopen december telde het Brussels Gewest 8.980 jonge werkzoekenden: 10,0% minder dan in december 2020, maar 2,9% meer dan in december 2019.

Met jaarlijks 8.847 werkzoekenden onder de 25 jaar daalde de werkloosheid onder jongeren in Brussel in 2021 met 3,0%. Hoewel blijkt dat jongeren over het algemeen de eerste slachtoffers van de crisis zijn, zijn zij omgekeerd ook de eersten die profiteren van het economisch herstel en de toename van de aanwervingen. In tijden van economische groei stromen jongeren het snelst uit de werkloosheid vergeleken met andere leeftijdsgroepen.

In 2020 waren de jeugdwerkloosheidscijfers sterker gestegen dan de werkloosheidscijfers voor alle uitkeringsgerechtigde werkzoekenden (+ 7,5% tegen 0,9%). Begin 2021 zagen we nog een duidelijke stijging van de jeugdwerkloosheidscijfers (+ 6,9% in januari, + 10,4% in maart, enz.), maar geleidelijk aan merkten we een verbetering van de situatie van jongeren op de arbeidsmarkt. De hervatting van de activiteiten die in 2021 plaatsvond, kwam de jongeren op aanzienlijke wijze ten goede; voor deze bevolkingsgroep wordt een jaarlijkse daling van ongeveer 10% in de laatste 5 maanden van 2021 opgemerkt.

Wat u ook zou kunnen interesseren:

--

Bron: Actiris – view.brussels

Overlegcomité sluit culturele sector, Brussels Gewest zorgt voor steun

Overlegcomité sluit culturele sector, Brussels Gewest zorgt voor steun

Naar aanleiding van het voorstel van Bernard Clerfayt werd in september jongsleden een derde steunpakket voor de culturele sector gelanceerd. Resultaat: een bedrag van 3.690.000 euro wordt verdeeld onder 1.704 Brusselaars actief in de culturele sector

Meer nog: vandaag beslist de Brusselse Regering om vanaf 2022 nieuwe steun toe te kennen teneinde de cultuurwerkers te blijven ondersteunen. .

"Dit is geen eindejaarsgeschenk. Het is legitieme en noodzakelijke steun voor een sector die aanzienlijk getroffen wordt door de coronacrisis. Het is immers duidelijk dat de cultuurwerkers tot de grootste slachtoffers van deze crisis behoren. Ze lijken de aanpassingsvariabele te zijn voor de preventieve maatregelen van het Overlegcomité. Ik heb dus gevraagd om hen vanaf 2022 opnieuw te helpen met structurele steun”, besluit Bernard Clerfayt.

Zwaar getroffen cultuursector vanaf het begin van de crisis geholpen door het Gewest

De werknemers uit de culturele sector worden zeer zwaar getroffen door de coronacrisis. En door de laatste maatregelen van het Overlegcomité zien ze hun situatie nog verslechteren. Om een deel van hun inkomensverlies te compenseren, stond het Brussels Gewest als een van de eerste klaar om hen te steunen.

Reeds in 2020 verleende het Brussels Gewest voor een eerste maal steun aan de cultuursector. De actie werd in het najaar van 2020 herhaald, met name naar aanleiding van de opeenvolgende lockdowns. Ten slotte besloot de Brusselse Regering in september 2021 om een derde steunfase aan de culturele sector te lanceren.

Voor deze derde fase werden 1.704 premies toegekend. 603 Brusselaars ontvingen de premie van 3.000 euro, 306 die van 2.250 euro en 795 die van 1.500 euro. Het totale budget bedraagt 3.690.000 euro.

Vuurwerk is verboden en opgepast met eindejaarsdecoratie

Vuurwerk is verboden en opgepast met eindejaarsdecoratie

Decoratie, bepaalde seizoensplanten en vuurwerk kunnen gevaarlijk zijn voor jonge kinderen en voor gezelschapsdieren.

De bloemen, de blaadjes en de stengels van de kerstroos – of helleborus – bevatten glucosiden die giftig zijn voor het hart. Deze kunnen leiden tot braken, diarree, zenuwstoornissen, verlammingen, …

De kerstster – of poinsettia – trekt vaak de jongste kinderen aan met haar glanzend rode kleur. Haar giftige sap kan echter irritatie aan de mond en op de huid veroorzaken, alsook misselijkheid, koorts,… En voor dieren is ze nog giftiger.

Pas ook op voor de rode bessen van de hulst: zij veroorzaken spijsverteringsstoornissen. En ten slotte moeten we eveneens opletten voor de maretak! Zijn bessen, bladeren en takken zijn giftig voor het hart en het zenuwstelsel, met in heel hoge doses zelfs een dodelijk risico voor de meest kwetsbaren.

Vuurwerk verboden

Vuurwerk produceert twee heel luide knallen: bij het afsteken en bij het ontploffen. Het geluidsvolume van deze knallen kan 170 decibel bereiken. De luide explosies en de vonken veroorzaken veel stress, angst en geluidsoverlast voor dieren. Sommige onder hen slaan op de vlucht of verwonden zich wanneer ze een schuilplaats zoeken.

Overeenkomstig het ministerieel besluit van 17 december 2021 zijn het bezit, het vervoer, het uitstallen, het gebruik en elke handeling ter voorbereiding van het aansteken van het volgende materiaal verboden in de openbare ruimte van heel het Brussels Hoofdstedelijk Gewest:

  • vuurwerk van de categorieën F2, F3 en F4 bedoeld in artikel 5 van het koninklijk besluit van 20 oktober 2015 betreffende het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen;
  • pyrotechnische artikelen voor theatergebruik van de categorieën T1 en T2 bedoeld in het voormeld koninklijk besluit;
  • de andere pyrotechnische artikelen van de categorieën P1 en P2 bedoeld in het voormeld koninklijk besluit.

Dit besluit is van toepassing tot en met 9 januari 2022. De rest van het jaar verbiedt het algemeen politiereglement het gebruik van rotjes en vuurwerk, uitgezonderd specifieke toelating van de gemeente. Geef, gezien de schadelijke gevolgen voor dieren, de voorkeur aan vuurwerk met gedempt geluid.

In de praktijk

In geval van vergiftiging – of een vermoeden ervan – moet u onmiddellijk contact opnemen met het Antigifcentrum op het nummer 070 245 245. Voor uw dieren moet u meteen uw behandelend dierenarts contacteren.

Het is beter om geen vuurwerk af te steken en een beroep te doen op alternatieven, zoals een geluid- en lichtshow. En als dat niet mogelijk is, geef dan de voorkeur aan vuurwerk met gedempt geluid.