Strijden tegen discriminatie bij aanwerving om alle talenten te benutten

Jonge arbeider in opleiding. Discriminatie bestrijden om alle talenten te benutten.

De Brusselse Regering lanceert een nieuwe projectoproep ter bestrijding van discriminatie bij aanwerving. Dit jaar is het thema "origine”, een initiatief van Bernard Clerfayt, de Brusselse minister van Werk.

Om discriminatie bij aanwerving te bestrijden en diversiteit op de arbeidsmarkt te bevorderen, lanceert het Brussels Gewest een nieuwe oproep tot het indienen van projecten ter waarde van 1.150.000 euro. Voor deze editie van 2022 is gekozen voor een bijzonder thema: origine. Om geselecteerd te kunnen worden, moeten de projecten dus rekening houden met het criterium van etnische of nationale afkomst.

Krijgen we allemaal dezelfde kansen bij het vinden van werk?

Hoewel dit vooral afhangt van vaardigheden en kennis, zijn origine, geslacht, leeftijd en handicap maar al te vaak bepalende factoren.

Deze vraag is des te belangrijker in het Brussels Gewest, een multiculturele stad met meer dan 180 nationaliteiten. Uit de laatste Socio-economische Monitoring van UNIA blijkt dat de werkgelegenheidsgraad van Brusselaars van Belgische origine in 2016 71% bedroeg. Dit percentage daalt tot 42% voor de Brusselaars van Noord-Afrikaanse origine en tot 40% voor de inwoners van andere Afrikaanse landen. Discriminatie, al dan niet bewust, werkt in het nadeel van sollicitanten van vreemde origine, zowel bij hun aanwerving als gedurende hun loopbaan.

Brussel heeft al zijn talenten nodig

"Discriminatie bij aanwerving is echter niet onvermijdelijk", verklaart Bernard Clerfayt, de Brusselse minister van Werk. "Mijn rol bestaat erin meer Brusselaars toegang tot werk te geven, eigenlijk álle Brusselaars. De bestrijding van discriminatie bij aanwerving is daarom van essentieel belang en is een van de prioriteiten van mijn werkgelegenheidsbeleid. We kunnen het ons niet veroorloven duizenden Brusselse talenten verloren te laten gaan. Dat zou een maatschappelijke verspilling zijn!”

Zorgen voor de continuïteit van wat werkt

Daarnaast zal 400.000 euro worden toegekend voor de voortzetting van de winnende projecten van de editie 2021 waarvan de resultaten een overtuigend effect op de diversiteit op de arbeidsmarkt hebben gehad. 

"Diversiteit in bedrijven is nog niet de norm. De economische wereld bezwijkt maar al te vaak, bewust of onbewust, voor de verleiding om verschillen af te wijzen. Deze oproep tot het indienen van projecten is een deel van de oplossing voor al diegenen die ik dagelijks ontmoet en die mij vertellen hoe moeilijk het voor hen is om een job te vinden vanwege hun huidskleur", besluit Bernard Clerfayt, de Brusselse minister van Werk.

ART2WORK : “… de beste versie van mezelf worden”

Minister Bernard Clerfayt bezoekt Art2Work, hier in gesprek met de directeur van het centrum, Wim Embrechts.

Voor talrijke Brusselse jongeren die in wijken wonen waar het dagelijkse leven een harde uiting is van sociale spanningen en het ontbreken van banden met de economische wereld, vergt het plannen van een professioneel project enorm veel energie.

Het Brussels Gewest heeft daarom actoren op het terrein willen mobiliseren, vaak burgerinitiatieven, uit de verenigingssector of uit het maatschappelijk middenveld. Waarom zijn ze essentieel?  Juist om het echte potentieel van jongeren in deze buurten te mobiliseren. Omdat de diensten die geïntegreerd zijn in ons Gewestelijk Werkgelegenheidsagentschap Actiris, hen niet altijd kunnen bereiken.

Op donderdag 23 juni bracht minister van Werk Bernard Clerfayt een bezoek aan ART2WORK. Het team werkt met laaggeschoolde jongeren en helpt hen hun persoonlijke en professionele projecten te ontwikkelen. Het verwerven van zelfvertrouwen, het omzetten van hun projecten in concrete acties en het zoeken naar middelen zoals opleidingen zijn allemaal doelstellingen die voor elke jongere moeten worden bereikt. Een individueel coachingstraject maakt deel uit van het proces en wordt hen systematisch aangeboden.

ART2WORK biedt professionele ondersteuning aan ongeveer 50 jongvolwassenen per jaar (tussen 18 en 30 jaar oud). De overgrote meerderheid van hen voltooit het traject (80%), en 85% onderneemt actie op professioneel vlak (werk, opleiding, stage of vrijwilligerswerk).

Wim Embrechts, directeur van het centrum, legt de nadruk op de fundamenten waarop de deelnemers kunnen terugvallen om werk te vinden of een opleiding te starten: je ontwikkelen als persoon, je leven in eigen handen nemen, meer zelfvertrouwen verwerven. Zoals een deelneemster, Alina, het zo mooi verwoordt: "Ik wil de beste versie van mezelf worden.”

Brusselse werkzoekenden welkom in Vlaanderen

Na een jaar samenwerken publiceren de VDAB en Actiris een gezamenlijke analyse van de arbeidsmarkt.

Na een jaar samenwerken publiceren de VDAB en Actiris een gezamenlijke analyse van de arbeidsmarkt. Op dinsdag 21 juni stelden Kris Cloots, CEO van Voka Metropolitan en Bernard Clerfayt, de Brusselse minister van Werk, bij Capgemini in Diegem de hoofdlijnen van deze analyse voor.

Feit: het momentum dat wordt ondersteund door het samenwerkingsakkoord heeft zijn vruchten afgeworpen. Het aantal Brusselaars dat in Vlaanderen gaat werken, steeg in de periode 2014-2019 met bijna een kwart (+23,4%) tot 50.761 personen in 2019 tegenover 41.146 in 2014. Deze stijging is bovendien sterker in Vlaams-Brabant (+25,9 %) en in de regio Halle-Vilvoorde (+26,3%).

Vlaanderen zoekt arbeidskrachten

“Vlaanderen biedt veel laaggeschoolde jobs aan. De industriegebieden hebben Brussel verlaten om zich te vestigen in minder dichtbevolkte gebieden rond de hoofdstad, maar zijn nog steeds op zoek naar vaak laaggeschoolde arbeidskrachten”, merkt de Brusselse minister van Werk en Beroepsopleiding op.

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is het aantal vacatures voor laaggeschoolden in de periode 2015-2019 met bijna 50% gedaald, terwijl het aantal jobaanbiedingen voor middelhoog- en hoogopgeleide werknemers sterk toenam. In Vlaanderen daarentegen zijn er veel vacatures voor laaggeschoolde werkzoekenden. In Vlaams-Brabant bijvoorbeeld stegen deze jobaanbiedingen tussen 2015 en 2019 met bijna 30%.

Overtuigen om te demystificeren en belemmeringen weg te nemen

Er zijn echter inspanningen nodig om Brusselse werkzoekenden naar de arbeidsmarkt van de Vlaamse Rand toe te leiden. Ze worden geconfronteerd met bepaalde barrières, waaronder taal, mobiliteit en de vereiste vaardigheden om een baan te krijgen.

Actiris zet zich elke dag in om Brusselse werkzoekenden bewust te maken van de diverse mogelijkheden die er bestaan in Vlaanderen, meer bepaald in de Brusselse Rand. Deze economische zone staat garant voor enorm veel werkaanbiedingen die uitstekend overeenstemmen met de competenties van de Brusselse werkzoekenden. We blijven nauw samenwerken met VDAB om nieuwe oplossingen te ontwikkelen en de bestaande oplossingen te versterken”, verzekert Cristina Amboldi, directeur-generaal van Actiris.

“Er zijn ook mentale barrières die Brusselaars ervan weerhouden om in Vlaanderen aan de slag te gaan. Sommigen denken dat de Rand allicht een hele eind is, of dat een taaldiploma vereist is. Dat is duidelijk een vooroordeel”, besluit de Brusselse minister.

Opleiding internetbankieren

Het moeilijk gebruik van een bankapp, een van de aspecten van de digitale kloof

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Febelfin, de Belgische Federatie van de Financiële Sector, verbinden zich ertoe burgers tot 2025 te begeleiden naar meer digitale zelfstandigheid en bij het gebruiken van digitale tools, via opleidingen in internet- en mobiel bankieren en bewustmakingsacties.

 “Digitaal bankieren voor iedereen”, eerste actie om de digitale kloof te bestrijden in het kader van dit partnerschap

Febelfin zal in alle Brusselse gemeenten gratis infosessies aanbieden voor Brusselse burgers over digitaal bankieren en betalen. Een bewustmakingsluik rond de verschillende vormen van fraude, zoals phishing of hulpvraagfraude is ook voorzien. Vertegenwoordigers van verschillende banken zullen klaar staan om te antwoorden op vragen van de deelnemers en hen onder meer helpen  met de installatie van hun bankapp op hun telefoon of tablet.

Andere acties volgen

De actie "Digitaal bankieren voor iedereen" met Febelfin is slechts één van de eerste projecten die uit dit nieuwe partnership voortvloeien. De komende drie jaar zullen de betrokken gewestelijke actoren zich ertoe verbinden andere samenwerkingsovereenkomsten te bepalen en te sluiten die nuttig kunnen zijn in het kader van digitale inclusie.

Digitale stress, een rem bij het gebruiken van digitale diensten

Digitale bankdiensten worden vandaag de dag steeds populairder. In België zijn er ongeveer 15 miljoen abonnementen voor internetbankieren en 10 miljoen abonnementen voor mobiel bankieren. Toch maakt een deel van de burgers nog steeds geen gebruik van deze digitale bankdiensten, en dit om verschillende redenen: nood aan sociaal contact, angst voor informaticatools, enz.

Overeenkomst maakt partnerschap officieel

Om digitale exclusie tegen te gaan en burgers te begeleiden bij digitale overheids- en bankdiensten, werd daarom een doeltreffende samenwerking op het terrein opgezet tussen publieke en privépartners. Via het Centrum voor Informatica voor het Brusselse Gewest (CIBG) en easy.brussels, het Brusselse agentschap voor administratieve vereenvoudiging, streeft het gewest naar meer digitale inclusie aan de hand van concrete acties met Febelfin, de Belgische Federatie van de Financiële Sector. Om dit partnership officieel te maken, hebben alle betrokken partijen op 14 juni 2022 een overeenkomst ondertekend.

Bernard Clerfayt, de Brusselse minister van Digitalisering, merkt hierover het volgende op: “De toekomst is digitaal! 40% van de Brusselaars zegt echter geen computervaardigheden te hebben. Daarom heeft het Brussels Gewest een Plan voor digitale toegankelijkheid opgesteld. Het nodigt alle actoren ­– zowel het verenigingsleven als privébedrijven – uit om acties te ondernemen om de digitale vaardigheden van de Brusselaars te verbeteren. Ik ben dus blij met deze samenwerking die de digitale zelfstandigheid van de burgers zal verhogen.”

Toegang tot arbeidsmarkt voor mensen van buitenlandse origine: belemmeringen wegnemen

Jonge migrant maakte zich zorgen over zijn toekomst. Toegang tot de arbeidsmarkt is een hindernissenparcours voor mensen van buitenlandse afkomst.

Op 15 juni kwamen de sociale partners, de gewestministers en de federale minister van Werk samen om te werken rond het thema arbeidsmarktintegratie van personen van vreemde origine.

Zoals we weten, scoort België zeer slechte resultaten als het gaat om de arbeidsparticipatie van mensen van buitenlandse afkomst. Het Brussels Gewest maakt zich des te meer zorgen door de concentratie van nieuwkomers uit verschillende landen op zijn grondgebied.

Voortbouwen op positieve bevindingen

Tijdens zijn toespraak herinnerde Bernard Clerfayt, de Brusselse minister van Werk en Beroepsopleiding, aan de antwoorden die werden gegeven in het kader van het beleid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ter bevordering van de integratie van personen van buitenlandse afkomst en vulde hij deze aan met extra aandachtspunten.

Werkgelegenheidsconferentie 2022, debat met gewestministers

Om een ​​effectief beleid te voeren, is het noodzakelijk om te vertrouwen op positieve bevindingen, zoals de stijgende arbeidsparticipatie van de tweede generatie in vergelijking met de eerste generatie immigranten. We merken ook op dat de toegang tot nationaliteit een factor van integratie is, met 10% meer werknemers die actief zijn op de arbeidsmarkt. Het sociale netwerk van de persoon is ook een belangrijk element en daarom is het belangrijk om op uitsluitingsfactoren in te spelen.

Belemmeringen voor toegang tot arbeidsmarkt wegnemen

Het wegnemen van het obstakel van discriminatie bij aanwerving is zeker de eerste hefboom. De politieke wil is al jaren ongewijzigd en de middelen werden tijdens deze legislatuur geconsolideerd.

  • Actiris voorziet een antidiscriminatieloket dat werkzoekenden die het slachtoffer zijn van discriminatie informeert en begeleidt.
  • Op basis van feiten van discriminatie kan de Gewestelijke Werkgelegenheidsinspectie (GWI) een vermoedelijk discriminerend aanwervingsproces testen en de klacht voorleggen aan de inspectie van de FOD  Werkgelegenheid, of vragen dat een gerechtelijk onderzoek wordt gestart.
  • De strijd tegen discriminatie maakt integraal deel uit van alle sectorale akkoorden die met het Gewest zijn afgesloten.
  • De procedures voor het testen van discriminatie bij aanwerving worden versoepeld en de voorwaarden voor het activeren van de testprocedure worden uitgebreid.
  • In het Brussels Gewest wordt de steun aan bedrijven verhoogd als ze zich ertoe verbinden het diversiteitsbeleid van het Gewest te respecteren. Voor elk bedrijf met meer dan 100 werknemers dat deze steun geniet, is de goedkeuring van het diversiteitscharter verplicht.
  • Het Gewest moedigt diversiteitsplannen in bedrijven aan en steeds meer laureaten behalen het diversiteitslabel.

Voorwaarden voor toegang tot arbeidsmarkt uitbreiden

De toegevoegde waarde van de bijdrage van buitenlandse werknemers die over  specifieke vaardigheden beschikken die in onze bedrijven ontbreken, is de juiste invalshoek om de toegangsvoorwaarden uit te breiden voor alle mensen van buitenlandse afkomst die toegang moeten krijgen tot de arbeidsmarkt. Hieronder enkele acties en richtsnoeren die door de minister van Werk worden genoemd:

  • mensen begeleiden en informeren over de gelijkwaardigheid van diploma’s;
  • in het buitenland verworven vaardigheden erkennen door middel van certificeringen en de ontwikkeling van validering van competenties;
  • de voorwaarden voor toegang tot openbare diensten uitbreiden;
  • de verworven vaardigheden introduceren als matchingscriterium voor het voorleggen van jobaanbiedingen aan werkzoekenden;

De minister van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Bernard Clerfayt tijdens het debat met de gewestministers. Het thema van de werkgelegenheidsconferentie dit jaar was de arbeidsmarktintegratie van personen met een herkomst buiten de EU.

Elektrische halsbanden binnenkort verboden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Elektrische halsbanden voor honden worden verboden in het Brussels Gewest

Bernard Clerfayt volgt het advies van de Brusselse Raad voor Dierenwelzijn waarin de raad pleit voor een verbod op elektrische halsbanden voor honden. Het verbod zou ook gelden voor wurghalsbanden (slipkettingen) en prikhalsbanden (“prong collars”).

Stroomhalsbanden voor honden, bron van verwondingen en ongewenst gedrag

Een rode en gezwollen huid, gebroken botten, letsels, een verpletterde luchtpijp... Het gebruik van stroomhalsbanden,  wurg- of prikhalsbanden is niet zonder gevaar voor honden en is al langer controversieel. Verschillende onderzoeken trachten trouwens aan te tonen dat dit type halsband niet efficiënter is dan positieve hondentrainingstechnieken. Uit onderzoek blijkt immers dat trainingsmethoden voor honden waarbij elektrische halsbanden worden gebruikt, hogere risico's op agressie, angst en ander ongewenst gedrag met zich meebrengen, terwijl de kwaliteit van de relatie met het hondenbaasje afneemt.

Agressief gedrag

Antiblafkragen worden bijvoorbeeld vaak gebruikt als een gemakkelijke oplossing zonder de oorzaken van het blafgedrag aan te pakken. Op afstand bedienbare trainingshalsbanden zijn ook niet echt doeltreffend. Zonder perfecte timing tussen het ongewenste gedrag en de elektrische schok, slaagt de hond er niet in om de associatie te leggen en kan hij agressief gedrag ontwikkelen.

Inzetten op kwaliteit van relatie

“Elektrische halsbanden veroorzaken onnodig en buitensporig leed bij dieren terwijl er andere trainingsmethoden bestaan. Ik ben dan ook van plan om het gebruik ervan in het Brussels Gewest te verbieden in het kader van het toekomstige Brusselse Wetboek voor Dierenwelzijn. De hond is de beste vriend van de mens. Laten we dat ook trachten waar te maken.”, besluit Bernard Clerfayt.

Nuttige links en ander nieuws:

Decumul van mandaten: Brussel, eerste gewest dat zo ver gaat

Grafische compositie, 19 gemeente- en stadhuizen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

De Commissie Binnenlandse Zaken heeft zich dinsdag gebogen over het ontwerp van ordonnantie van Bernard Clerfayt, de Brusselse minister van Plaatselijke Besturen, ter verbetering van het plaatselijk bestuur. Op het menu: de volledige decumul tussen een plaatselijk uitvoerend mandaat en een parlementair mandaat; de vermindering van het aantal schepenen; de opwaardering van het statuut van de burgemeesters en de schepenen en de opwaardering van het statuut van de gemeenteraadsleden. Resultaat van de stemming: PS, Ecolo, DéFI, Goen, Vooruit, Open Vld stemden voor. MR, Les Engagés en N-VA stemden tegen en de PTB onthield zich.

Decumul van mandaten, voor welke politieke functies?

Het eerste principe van deugdelijk bestuur, de volledige decumul tussen een lokaal uitvoerend mandaat en een parlementair mandaat, gaat in vanaf 2024. Aldus zullen de lokale mandaathouders zich volledig kunnen wijden aan hun functie. Momenteel geldt deze maatregel voor 9 volksvertegenwoordigers (gewestelijke, communautaire of federale).

Minder schepenen in de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Er is meer: de vermindering van het aantal schepenen. De gemeenteraden hebben de komende legislatuur één schepen minder. De gemeenteraad zal echter de mogelijkheid hebben om desgewenst met meer dan één eenheid te verminderen

Derde principe: herwaardering van de bezoldiging van burgemeesters en schepenen

Het loon van de burgemeester, dat momenteel gekoppeld is aan dat van de gemeentesecretaris, zal niet meer vastgesteld worden volgens dat van zijn gemeentesecretaris. Het wordt voortaan uitgedrukt als een percentage van de parlementaire vergoeding van de leden van het federaal parlement. Daarentegen zullen de burgemeesters en schepenen, net als in het Vlaamse Gewest, een uittredingsvergoeding kunnen krijgen als hun mandaat niet wordt verlengd of bij ontslag om medische redenen. Langdurige arbeidsongeschiktheid moet in dit geval met een medische verklaring worden aangetoond.

Meer billijke vergoeding voor gemeenteraadsleden

Ten slotte zullen de presentiegelden van de gemeenteraadsleden worden verhoogd en zullen ze variëren tussen 100 en 200 euro bruto om een billijke vergoeding te garanderen voor werkvergaderingen in een gemeenteraad of commissie en voor de voorbereiding ervan.

Voorbeeldige vooruitgang op het gebied van deugdelijk bestuur

“Ik ben verheugd dat we vooruitgang kunnen boeken met betrekking tot deze belangrijke aspecten van goed bestuur die werden beloofd in het meerderheidsakkoord. Brussel is het eerste gewest in het land dat zo ver gaat om het plaatselijk bestuur te verbeteren. In Vlaanderen gebeurt de decumul op vrijwillige basis en in het Waalse Gewest kan slechts driekwart van de leden van elke fractie niet cumuleren met een mandaat bij het college. Een inspiratiebron voor de andere twee gewesten?”, besluit Bernard Clerfayt.

Betere arbeidsomstandigheden voor huishoudhulpen

Huishoudhulp aan het werk; de zwaarte van het beroep is evident

Terwijl tijdens een colloquium in het Brussels Parlement de zwaarte van het beroep van huishoudhulp wordt aangekaart, herinnert Bernard Clerfayt eraan dat het hoofddoel van de toekomstige hervorming van de dienstencheques is om de arbeidsomstandigheden van de 20.000 werknemers in de sector te verbeteren. Het ontwerp van hervorming ligt bij de sociale partners op tafel voordat het wordt besproken in de ministerraad.

Banden tussen werkgever en huishoudhulpen versterken

"Poetsvrouw, dat is pas slecht betaald!”, ”Mijn klant zegt dat ik niet snel genoeg werk”, “Deze job doe je slechts tijdelijk! ”…  Beschouwingen die gemeengoed zijn geworden, die de lang gedeelde vaststelling van de zwaarte van het beroep weerspiegelen. Dit is een van de redenen waarom Bernard Clerfayt, de Brusselse minister van Werk, het initiatief genomen om het systeem van de dienstencheques te hervormen met het oog op een verbetering van de arbeidsomstandigheden van de huishoudhulpen.

De met de sociale partners besproken voorstellen zijn gebaseerd op het versterken van de begeleiding van de werknemers door het erkende bedrijf door regelmatig uitwisselingen te organiseren tussen de werkgever en de huishoudhulpen. Huishoudhulpen – indien ze verbonden zijn aan een dienstenchequebedrijf – hebben in feite heel weinig contact met hun werkgever en besteden het grootste deel van hun tijd aan het opruimen, schoonmaken en strijken bij de klanten thuis. Het is een uiterst eenzame job waarbij er zelden contact is met de hiërarchie of met collega’s.

Opleiding en eindeloopbaan huishoudhulpen

Een ander voorstel bestaat erin de opleiding van de werknemers te verbeteren, met name door bij de indiensttreding een verplicht opleidingstraject te voorzien.

Tot slot moet ook gewerkt worden aan de eindeloopbaan. De job van huishoudhulp is een lastig, zwaar en uitputtend beroep dat aanzienlijke fysieke vermoeidheid met zich meebrengt.

DéFI is trouwens de enige politieke partij die de federale regering heeft gevraagd om de arbeidsduur van huishoudhulpen te verminderen.

Fiscale en sociale ontvangsten moeten naar Gewesten gaan

“Een zevende staatshervorming moet de perverse financiering van dienstencheques rechtzetten. De dotatie die door de federale overheid wordt betaald om de financiering van het systeem te compenseren, is oorspronkelijk vastgesteld en wordt enkel geïndexeerd op inflatie en groei. Terwijl het gebruik van dienstencheques toeneemt, het fiscale en sociale ontvangsten genereert die ten goede komen aan de federale staat, zijn het de Gewesten die als enigen de terugbetaling van dienstencheques financieren! Een zevende staatshervorming moet dit corrigeren en een terugverdieneffect van de sociale en fiscale ontvangsten naar de Gewesten voorzien”, besluit Bernard Clerfayt.

Met welk diploma vind je het vlotst werk?

Illustratie, weergave van de zoektocht naar perspectieven

Een studie van view.brussels, gepubliceerd door Actiris, geeft een overzicht van de diploma's die de meeste kansen werk bieden.

Onderwijs, toegepaste wetenschappen en paramedische studies bieden de meeste werkzekerheid aan jonge Brusselse afgestudeerden. Dat blijkt uit de meest recente studie van view.brussels. Dit is de top 5 van de diploma's:

Hoeveel afgestudeerde jongeren vonden duurzaam werk na een jaar ?

Een heel aantal studierichtingen zijn duidelijk goeie keuzes als het op jobkansen aankomt, ook voor afgestudeerden van het hoger middelbaar onderwijs.

Uitstroom naar werk volgens studierichting - Hoger middelbaar

Voor jongeren die een bacheloropleiding volgen, geeft een onderwijsdiploma een werkzekerheid met 95,6%. Daarna volgt een paramedisch diploma (88,7%). Ook een diploma sociaal werk en zorgverlening (84,7%) of informatica (83%) geven bijzonder hoge kansen op werk.

Uitstroom naar werk volgens studierichting - Bachelordiploma's

Voor masterniveaus kennen vooral de toegepaste wetenschappen een zeer hoog uitstroompercentage (93,3%). Daarna volgen de studierichtingen "administratie en management" (84,7%) en "recht en criminologie" (82,5%).

Uitstroom naar werk volgens studierichting - Masterdiploma's

Na de gezondheidscrisis

De “klas van 2019” had het moeilijker om een job te vinden: hun uitstroompercentage is gemiddeld lager (50%) dan die van 2018 (57,8%). Maar het goede nieuws is: de instabiliteit op de arbeidsmarkt zorgde ervoor dat veel jongeren langer bleven studeren.

(Bron: persbericht van Actiris van 3 juni).

Enkele nuttige links:

Ontmoeting met dienstenchequesector om nadere regels inzake administratiekosten te bepalen

De administratie- of abonnementskosten die in de dienstenchequesector worden aangerekend, moeten de werknemers ten goede komen om de mobiliteitskosten te dekken - foto: een vrouw die aan het tanken is.

Op vrijdag 3 juni ontmoet Bernard Clerfayt de dienstenchequesector om nadere regels te bepalen inzake de administratiekosten die door sommige bedrijven worden aangerekend.

Extra kosten aangerekend aan de klant…

De afgelopen weken heeft de pers uitvoerig bericht over klachten van gebruikers van dienstencheques over de extra kosten die door bepaalde dienstenchequebedrijven worden aangerekend. Voor deze administratie- en abonnementskosten zijn geen regels voorzien en het doel ervan wordt zelden gespecificeerd en gecontroleerd. Bernard Clerfayt, de Brusselse minister van Werk, heeft daarom de vertegenwoordigers van de dienstenchequesector, werkgevers en vakbonden uitgenodigd.

… moeten de huishoudhulpen ten goede komen

Het is normaal dat deze kosten bij voorkeur ten goede komen aan werknemers in de dienstenchequesector. De stijging van de kosten van levensonderhoud die de dienstenchequebedrijven treft, wordt nu immers gedragen door het Gewest”, merkt Bernard Clerfayt op.

In 2014 kostte elke dienstencheque 22,04 euro, waarvan 9 euro betaald werd door de gebruikers en 13,04 euro door het Gewest. Vandaag betalen de gebruikers nog steeds 9 euro voor een dienstencheque, maar betaalt het Gewest 16,55 euro voor een totale kostprijs van 25,33 euro.

om beter bij te dragen in de mobiliteitskosten

Er wordt een duidelijk engagement verwacht zodat deze kosten worden afgebakend en betaald aan huishoudhulpen, met name om bij te dragen in hun toenemende mobiliteitskosten (stijgende brandstofprijzen).

 Terwijl sommige dienstenchequebedrijven hun kosten verhogen in het belang van de huishoudhulpen, doen andere dat daarentegen louter omwille van de winstgevendheid. Er moeten dan ook dringend nadere regels worden voorzien.”, besluit Bernard Clerfayt.

Wat u ook zou kunnen interesseren: