Brusselaars kochten 17 miljoen dienstencheques aan in 2022

Dienstencheques kennen een groeiend succes in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Over heel 2022 hebben de Brusselaars in totaal 17.405.350 dienstencheques gekocht, wat een stijging is van 8% ten opzichte van 2021. In 2022 werden 16.320.811 dienstencheques gebruikt, tegenover 15.837.110 in 2021, een stijging van 3%.

Gewaardeerde diensten en betere arbeidsomstandigheden

Het systeem van dienstencheques biedt veel Brusselaars de mogelijkheid om tegen een aantrekkelijke prijs gebruik te maken van de diensten van een huishoudhulp. Bovenal krijgen hierdoor bijna 27.000 werknemers, meestal vrouwen van boven de 40, de kans om uit het zwartwerk te stappen en toegang te krijgen tot sociale rechten.

“De indicatoren staan op groen en we zien dat, ondanks de energiecrisis, steeds meer Brusselaars gebruikmaken van het systeem. Dit jaar zal de sector nog meer veranderingen ondergaan, aangezien de nieuwe hervorming ook tot doel heeft de arbeidsvoorwaarden van de huishoudhulpen te verbeteren. Een verplichte opleiding, bescherming tegen misbruik door klanten, een verbetering van de eindeloopbaan, enz. Dit zijn slechts enkele van de maatregelen die dit jaar zullen worden ingevoerd”, verklaart Bernard Clerfayt, de Brusselse minister van Werk.

Groeiend succes

Bijna 20 jaar na de invoering ervan lijken dienstencheques nog steeds in de smaak te vallen bij de Brusselse gezinnen. Met uitzondering van het jaar 2020 is het aantal gebruikers sinds 2016 immers elk jaar met minstens 2% gestegen, en in 2022 werd het recordaantal van 116.162 Brusselse gebruikers bereikt.

In 2022 werden 17.405.370 dienstencheques gekocht, tegenover 16.022.073 in 2021, een stijging van bijna 8%.

Uit de cijfers voor 2022 blijkt ook dat veel meer gebruikers dan gewoonlijk hun cheques in december hebben gekocht. Er werden 2.197.346 dienstencheques uitgegeven, hetzij een stijging van 62% ten opzichte van december 2021. Deze aanzienlijke groei wordt verklaard door de nieuwe hervorming van de dienstencheques die op 1 januari van kracht is geworden. De burgers hebben er de voorkeur aan gegeven te anticiperen en hun cheques te bestellen vooraleer de prijs tot 10 euro zou stijgen.

Beurs voor digitale inclusie

Digitale ondersteuning voor de toegang tot onlinediensten

De gewestelijke beurs voor digitale inclusie vindt plaats op donderdag 19 januari 2023 van 8.30 tot 18.30 uur. Dit evenement staat open voor eerstelijnsactoren: ambtenaren van gewestelijke en lokale overheidsdiensten, maatschappelijk werkers, enz. Professionals die betrokken zijn bij de begeleiding van diegenen die het verst verwijderd zijn van toegang tot onlinediensten mogen ook deelnemen.

Deze dag wordt georganiseerd door het Centrum voor Informatica voor het Brussels Gewest (CIBG), op initiatief van de minister van Digitale Transitie, Bernard Clerfayt en is bedoeld om informatie uit te wisselen over en ontmoetingen tot stand te brengen rond het thema digitale inclusie.

3 rondetafelgesprekken

Er worden gelijktijdig drie rondetafelgesprekken georganiseerd. De deelnemers moeten er bij hun inschrijving één kiezen op basis van hun interesse. Zij zullen praktische kwesties behandelen die rechtstreeks betrekking hebben op de begeleiding en ondersteuning van de doelgroepen.

  • Vereenvoudiging en centralisatie van de informatiebronnen is essentieel voor zowel de begeleiders als de doelgroepen. Daarom zal een rondetafelgesprek worden gewijd aan de communicatie naar belanghebbenden en doelgroepen.
  • Wat zijn de grenzen en ethische beginselen die moeten worden toegepast wanneer het gaat om het helpen verzamelen van persoonsgegevens? Er wordt voorgesteld om een tweede rondetafelgesprek te wijden aan de ethiek in het kader van de begeleiding van de doelgroepen om deze kwesties alsook oplossingen te bespreken.
  • Opleidingsplatforms, online tutorials, ... hoe vind je wat het beste aansluit bij de behoeften van de cursisten? Het Gewest heeft oplossingen; hoe kunnen die beter gecentraliseerd worden? Een derde rondetafelgesprek zal gaan over opleidingsinstrumenten en -platforms.

Plenaire zitting

Vanaf 14.30 uur kunnen alle deelnemers een presentatie bijwonen van de Barometer Digitale Inclusie van de Koning Boudewijnstichting. Minister Bernard Clerfayt zal deze middag inleiden, waarbij ook het Plan voor Digitale Toegankelijkheid (PDT) zal worden voorgesteld dat een transversale governance tot stand brengt om de acties inzake digitale inclusie te bundelen, de actoren in het veld beter toe te rusten en de meest kwetsbare groepen te bereiken in hun toe-eigening van online-instrumenten.

Nuttige links

Aantal werkzoekenden in 2022 op laagste niveau sinds 2003

Aantal werkzoekenden in 2022 op laagste niveau sinds 2003

Hierbij enkele opvallende elementen uit de analyse van Actiris, de Brusselse gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling, over de evolutie van het aantal werkzoekenden en van de vacatures in 2022.

In 2022 is het gemiddelde jaarlijkse aantal werkzoekenden in Brussel met 2,9% gedaald ten opzichte van 2021. Dat is het laagste cijfer sinds 2003.

In een maandelijkse vergelijking daarentegen telde het Brussels Hoofdstedelijk Gewest eind december 2022 220 werkzoekenden minder dan in december 2021, wat een geringe daling van 0,3% is.

In totaal meer vacatures in 2022, ondanks de vermindering op het einde van het jaar

De jaarlijkse variatie in 2021-2022, dankzij het herstel begin 2022, laat een stijging van 38% van de vacatures zien. Het totale aantal vacatures, inclusief die van de VDAB en van FOREM, stijgt met 81%!

Voor de maand december 2022 bedraagt de daling echter -20,2% in vergelijking met december 2021. De inkrimping van de activiteiten als gevolg van de verslechtering van de economische situatie en de daling van het vertrouwen van de bedrijven zijn ongetwijfeld de bepalende factoren van deze afname.

Werkgelegenheid voor jongeren daalt als gevolg van inkrimping aanbod

Actiris stelt een geleidelijke verslechtering van de werkloosheidscijfers van de jongeren in de loop van het jaar vast. Zij zijn de eerste slachtoffers van het afnemend aantal aanwervingen. De energiecrisis heeft bijzondere gevolgen voor de jeugdwerkloosheid. De stijging van het aantal niet-werkende werkzoekenden jonger dan 25 jaar bedroeg 5,9% in december 2022 tegenover december 2021.

Hoe doen de Oekraïense vluchtelingen het op onze arbeidsmarkt?

Steeds meer Oekraïense vluchtelingen schrijven zich in bij Actiris

Op woensdag 21 december hebben de volksvertegenwoordigers de Brusselse minister van Werk, Bernard Clerfayt, ondervraagd in het parlement over de tewerkstelling van de Oekraïense vluchtelingen.

14% van hen heeft een job gevonden

Steeds meer Oekraïense vluchtelingen schrijven zich in bij Actiris om begeleiding bij hun zoektocht naar werk te kunnen krijgen. In november 2022 werden 2.238 bij Actiris ingeschreven Oekraïense werkzoekenden geteld: 79% vrouwen en 21% mannen. Sinds het begin van de crisis heeft 14% van hen een job gevonden. De meesten worden tewerkgesteld binnen de sector van de schoonmaak, de uitzendsector, de horeca of de verkoop. 20% van de Oekraïners heeft een opleiding gevolgd, hoofdzakelijk om hun taalvaardigheid te verbeteren (97%).

1.880 Oekraïense vluchtelingen werden begeleid

“Integratie verloopt ook via tewerkstelling! Daarom doen we er in het Brussels Gewest alles aan om de Oekraïense vluchtelingen zo goed mogelijk te ondersteunen. Sinds hun komst hebben we een strategie voor begeleiding ingevoerd om onze arbeidsbemiddelingsdienst toegankelijk te maken in het Oekraïens en aldus hun toegang tot werk te vergemakkelijken”, stelt Bernard Clerfayt, de Brusselse minister van Werk.

Verschillende diensten werden namelijk versterkt, zodat 1.880 Oekraïense werkzoekenden begeleiding konden krijgen sinds hun komst. Brulingua, het platform om talen te leren, beschikt voortaan over een interface in het Oekraïens en er werden meer dan 800 taalcheques uitgedeeld. Sociaal tolken begeleiden de bevolking bij de verschillende stappen met Actiris. Het Beroepenpunt biedt de hulp aan van tewerkstellingsconsulenten die het Oekraïens beheersen.

20 projecten in de strijd tegen discriminatie bij aanwerving

discriminatie bij aanwerving

“Deze subsidie van één miljoen euro toont aan dat in het Brussels Gewest de strijd tegen discriminatie bij aanwerving een prioriteit blijft. Gezien de huidige context mogen we ons een deel van het Brusselse talent niet ontzeggen. Dat zou sociale verspilling zijn. De jobkansen moeten ten goede komen aan alle Brusselaars, ongeacht hun persoonlijke kenmerken”, verklaart Bernard Clerfayt.

Toegang tot arbeidsmarkt voor alle Brusselse talenten

Op voorstel van de Brusselse minister van Werk, Bernard Clerfayt, heeft de Regering beslist 20 projecten ter bestrijding van discriminatie bij aanwerving te financieren voor één miljoen euro. Dit initiatief moet alle Brusselse talenten toegang geven tot de arbeidsmarkt.

Momenteel zijn nog te veel werkzoekenden het slachtoffer van discriminatie bij aanwerving. Huidskleur, seksuele geaardheid, geslacht, origine, leeftijd,... al deze vooroordelen sluiten talent ten onrechte uit van de Brusselse arbeidsmarkt. Om dit verschijnsel tegen te gaan, heeft het Brussels Gewest een projectoproep gelanceerd. Dit jaar was het thema origine. De projecten moesten dus een concrete oplossing bieden voor de bestrijding van deze discriminerende factor.

Enkele voorbeelden van gekozen projecten

Er werden 38 projecten ingediend door de verenigingssector en 20 daarvan werden geselecteerd door een onafhankelijke jury van deskundigen.

Eén daarvan was “Nakanek”. Dit project richt zich op de culinaire talenten van de diversiteit. Het biedt nieuwkomers de mogelijkheid om deel te nemen aan stages in een foodtruck in combinatie met een opleiding Frans als vreemde taal, een inleiding tot digitale technologie en een cursus burgerschap, wat de tewerkstelling van nieuwkomers zal bevorderen.

De volledige lijst van gekozen projecten (binnenkort beschikbaar)

“Werknemers zonder papieren via werk regulariseren vereist een tussenkomst van het federale niveau”

“Werknemers zonder papieren via werk regulariseren vereist een tussenkomst van het federale niveau”

Bernard Clerfayt, de Brusselse minister van Werk, wordt regelmatig ondervraagd door Brusselse parlementsleden over de regularisatie van werknemers zonder papieren. Ook vandaag herinnerde hij eraan dat hij binnen zijn bevoegdheidsdomein, economische migratie, geen werkvergunningen kan verlenen aan mensen die zich illegaal op het Brusselse grondgebied bevinden.

Economische migratie? “Dat is een mechanisme om werkgevers te helpen!”

Economische migratie is een mechanisme dat werkgevers moet helpen profielen met zeldzame vaardigheden aan te werven. En het voorziet niet in de regularisatie van werknemers zonder papieren. 

In de praktijk wordt de aanvraag door de onderneming ingediend voor een werknemer in het buitenland op basis van een arbeidsovereenkomst die voldoet aan de Belgische wetgeving. Om de arbeidsvergunning te verlenen, gaat het Brusselse bestuur na of de werknemer op het ogenblik van de aanvraag in het buitenland verblijft en of het gewenste profiel niet beschikbaar is op de Brusselse arbeidsmarkt.

Vergunningen toegekend voor 82% van de aanvragen

Voor de eerste drie kwartalen van 2022 ontving het bestuur 5.872 aanvragen van werkgevers voor een gecombineerde vergunning, d.w.z. een stijging van 30% ten opzichte van 2021. 4.838 aanvragen leidden tot de toekenning van een werkvergunning, d.w.z. ongeveer 82%. Daarvan had 77% betrekking op hooggekwalificeerd personeel.

Het Gewest is niet bevoegd om werknemers zonder papieren op zijn grondgebied te regulariseren

Sommigen vinden dat werknemers zonder papieren via werk moeten worden geregulariseerd. Daarbij wordt vergeten dat alleen de federale overheid bevoegd is om illegaal verblijvende personen te regulariseren. Zij heeft zelfs de discretionaire bevoegdheid om dat te doen. De regularisatie van werknemers zonder papieren vereist dus een tussenkomst van het federale niveau. 

"De speelruimte van het Gewest wordt beperkt door de federale wetgeving. We kunnen niet verder gaan dan wat de federale wet bepaalt. En dus kunnen we geen vergunning verlenen aan mensen die illegaal in het land verblijven, want dat zou een schending van de federale loyauteit zijn. Regularisatie via werk is geen optie. Enkel een wijziging in de federale wet zou dat mogelijk maken. De partners van de Vivaldi-meerderheid moeten het eens zijn over de kwestie", aldus minister Clerfayt.

Hoge inflatie: Brussels Gewest maakt 14 miljoen euro vrij voor gemeenten

Hoge inflatie: Brussels Gewest maakt 14 miljoen euro vrij voor gemeenten

Op voordracht van de Brusselse minister van Plaatselijke Besturen, Bernard Clerfayt, heeft de Brusselse Regering de toekenning van een uitzonderlijke subsidie voor de 19 gemeenten goedgekeurd om hen te ondersteunen bij de hoge inflatie. De algemene dotatie aan de plaatselijke besturen zal aldus met 5,5% geïndexeerd worden, in plaats van de gebruikelijke 2%, wat het mogelijk maakt om een bedrag van 14 miljoen euro vrij te maken.

Met de hoge inflatie en de exponentiële bedragen op de energiefacturen wordt de situatie erg moeilijk voor de gemeenten. Zij moeten immers de gevolgen van de crisis op het terrein bestrijden en tegelijkertijd hun opdrachten blijven uitvoeren met een bijna lege kas.

“Het Planbureau voorziet een jaarlijks inflatiepercentage van 9,3%. Het is dus onze plicht om de plaatselijke besturen zo veel mogelijk te ondersteunen. Deze maatregel is uitzonderlijk en tijdelijk”, verklaart de Brusselse minister van Plaatselijke Besturen, Bernard Clerfayt.

Strijd tegen dierproeven: Gewest steunt twee onderzoeksprojecten

Onderzoekslaboratorium

De Regering heeft ingestemd met de toekenning van subsidies aan de VUB voor haar project "RE-Place" en aan de ULB voor haar project “Alternatieven voor dierproeven”. Deze projecten hebben twee doelstellingen: het gebruik van proefdieren verminderen en alternatieve methoden bevorderen.

“aantal experimenten met dieren drastisch verminderen”

“De wetenschap is geëvolueerd en heeft voor alternatieven gezorgd waaraan geen laboratoriumdieren te pas komen, gebaseerd op menselijke cellen en die relevantere resultaten voor de mens opleveren. Het is daarom van cruciaal belang om niet alleen de ontwikkeling van deze methoden mogelijk te maken, maar ook de identificatie en bewustmaking ervan, teneinde mijn doelstelling om het aantal dierproeven drastisch te verminderen, te handhaven", besluit Bernard Clerfayt.

Onderzoek ondersteunen en alternatieve methoden verspreiden

In het kader van het ULB-project zal de subsidie de onderzoekers helpen bij de verdere ontwikkeling van het gebruik van organoïde modellen, een methode die het mogelijk maakt talrijke menselijke weefsels te modelleren en aldus het gebruik van dieren in wetenschappelijke experimenten te vermijden.

De subsidie voor RE-Place zal helpen om de databank van alternatieve methoden voor dierproeven bij te werken, het instrument te verbeteren en het gebruik van deze methoden aan te moedigen.

Daling met 45%, mooi resultaat dat nog beter kan

Het aantal dieren dat voor experimenten wordt gebruikt, is ten opzichte van 2015 met 45% gedaald. Het is evenwel nog steeds te hoog, ook al zijn er alternatieven voor dierproeven.

Om deze onderzoeken tot een goede einde te brengen, stelt het Brussels Gewest een totaalbudget van 109.000 euro ter beschikking. Het doel is om op termijn het aantal in laboratoria gebruikte dieren te verminderen en tegelijkertijd het gebruik van alternatieve methoden aan te moedigen.

Steun voor project “Paddock Paradise” van Ferme Nos Pilifs

Ferme Nos Pilifs, les ânes

Op voordracht van Bernard Clerfayt, de Brusselse minister van Dierenwelzijn, heeft het Brussels Gewest beslist om het project “Paddock Paradise” van de “Ferme Nos Pilifs” te ondersteunen met een bedrag van 38.500 euro. De bedoeling daarvan is een nieuwe ruimte te bieden aan de paarden, pony’s, ezels en schapen die zo dicht mogelijk aanleunt tegen hun natuurlijke habitat, waardoor hun gezondheid en welzijn worden verbeterd.

“Paddock Paradise” vindt plaats in een kader dat gunstig is voor het dierenwelzijn en voor de harmonieuze relatie tussen mens, dier en natuur

De Ferme Nos Pilifs is een redelijk unieke plaats. Ze bevindt zich sinds 1984 op het Brusselse grondgebied en haar activiteiten zijn georganiseerd rond drie pijlers: de groene beroepen, duurzame voeding en een derde pijler die bestaat uit opleiding en milieu-educatie.

Het onderdeel van de boerderij dat zich bezighoudt met animatie, richt zich tot een jonger publiek en maakt het ontvankelijk voor de wereld van de boerderij met een reeks activiteiten. Naast de behandeling van de dieren willen de organisatoren ook de aandacht van de kinderen vestigen op de rol van de moestuin, het belang van diversiteit voor de culturen, verantwoorde consumptie, tolerantie, … door de bezoekers en de werknemers echt met mekaar in dialoog te laten treden.

“De dieren zullen kunnen genieten van een omgeving die gunstig is voor hun welzijn en hun gezondheid. Zij zullen immers vrij kunnen bewegen en gebruikmaken van een buitenruimte zoals het geval is in hun natuurlijke omgeving. We kunnen overigens een heel positief verschijnsel waarnemen in verband met de mentale gezondheid van de paardachtigen wanneer zij hun levensruimte met andere soorten delen”, verklaart Bernard Clerfayt.

Therapeutische relatie tussen mens en paard

De boerderij zou overigens ook een programma hippotherapie kunnen aanbieden. Deze steeds meer ingeburgerde aanpak is een techniek waarbij paarden worden ingezet als therapeutisch middel om de psychische, psychomotorische of relationele vaardigheden van personen te verbeteren.

Brussels Gewest is klaar om zijn glasvezelnetwerk Fibru te commercialiseren

Fibru, glasvezelnetwerk

Fibru, het Brusselse openbare netwerk voor glasvezel en kabel, zal vanaf 2023 gecommercialiseerd worden, op initiatief van Bernard Clerfayt, de Brusselse minister van Digitalisering. Deze commercialisering zal vanaf 2030 tot 2,5 miljoen euro kunnen opbrengen.

Wist u dat zich in de bodem van het Brussels Gewest glasvezel- en kabelnetwerken bevinden die door 6 Brusselse besturen – Sibelga, Brussel Mobiliteit, Vivaqua, de MIVB, de Haven van Brussel en IRISnet – werden ontwikkeld?

Fibru, een netwerk dat 964 kilometer lang is

De eerste fase bestaat erin de verschillende initiatieven te centraliseren, te bundelen en te digitaliseren om een overzicht over de bestaande infrastructuren te verkrijgen. Dat zal een feit zijn tijdens het eerste trimester van 2023 en IRISnet zal de commercialisering en het beheer ervan verzekeren.

“We zitten op een echte schat. De bestaande netwerken samenvoegen tot één enkel openbaar netwerk, Fibru, en de commercialisering ervan zouden tot 2,5 miljoen euro kunnen opleveren”, stelt de DéFI-minister.

Concreet moet IRISnet dus optreden als één loket voor alle aanvragen in verband met het gebruik van het netwerk en van de overtollige kabels, maar eveneens voor de commercialisering van de capaciteit aan glasvezel en de vergoeding van de besturen die vanaf 2023 hun netwerken ter beschikking stellen.

“IRISnet, de vertrouwenspartner van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, zal ook de rol van competentiecentrum spelen voor de projecten en alle kansen in verband met Fibru binnen het Gewest”, aldus Thierry Joachim, de algemeen directeur van IRISnet.

Samenhang en minder overlast

En de voordelen van Fibru zijn talrijk. Fibru zal niet alleen economische waarde creëren, maar ook besparingen opleveren, aangezien de toekomstige ontwikkelingen gebundeld zullen worden en de bestaande infrastructuur ter beschikking zal worden gesteld van de Brusselse besturen. Fibru zal eveneens de impact op het milieu en op de stad verminderen, omdat er minder overtollige installaties zullen zijn en de hinder als gevolg van het openleggen van de trottoirs beperkt zal worden.

“Brussel is complex. Dat is wat ik al te vaak hoor. Dus wil ik samenhang en efficiëntie in dit Gewest brengen. Dankzij Fibru zullen we de toekomstige ontwikkelingen van de Brusselse glasvezel voor de besturen coördineren en zullen we op termijn ook synergieën in verband met het onderhoud ontwikkelen. Bovenal vergemakkelijken we echter de uitrol van glasvezel bij de Brusselse gezinnen door ons netwerk open te stellen voor de telecomoperatoren”, besluit Bernard Clerfayt.